Categorie archief: Dichter in verzet

Begin van het einde van een regime

Ion Monoran

.

Op 16 december 1989 was het dertig jaar geleden, dat de revolutie tegen Ceaușesc ontketend werd in Timisoara, Roemenie. Ik herinner me dit nog goed, ik had in die periode een boek gelezen over het bizarre regime van Ceaușesc. Via collega dichter Serge van Duijnhoven ontving ik informatie over de dichter die de val van het Ceaușesc regime in gang zette. Uit een bericht op zijn website https://sergevanduijnhoven.wordpress.com/ : Een moedige dissidente dichter genaamd Ion Monoran, had de euvele moed een trolleybus te kapen. En met zijn verzen op te roepen op te staan tegen het “Genie van de Karpaten” en diens misdadige ultra-communistische regime. Binnen een dag leidde de pop-up opstand van Monoran tot veertig doden die voor de kathedraal van Timisoara werden neergeschoten door de Securitate en een dag later verbrand op last van Elena Ceaușesc in Boekarest. De rest is geschiedenis.

Ion Monoran (1953–1993) werd geboren in het dorp Petroman in Timis, Roemenië. Hij was journalist, dichter en uitgever. Zijn eerste gedichten werden in 1976 gepubliceerd in het tijdschrift Forum studenţesc. Hij gaf les in de literaire kring ‘Pavel Dan’ van het Studenten Cultuurhuis in Timişoara en hij werkte samen met en publiceerde in de literaire tijdschriften Orizont, Amfiteatru, Echinox en Luceafărul. Geen van zijn boeken zijn tijdens zijn leven gepubliceerd. Monoran was een icoon onder de Boheemse kunstenaars van Timişoara en werd een culturele held na de revolutie. Zijn prijzen zijn onder andere de Orizont-tijdschrift Poëzieprijs (1987), de Nichita Stănescu-prijs voor hedendaagse poëzie (1987), de prijs voor literaire creatie (Satu Mare, 1987) en de Literaire Unie Debuutprijs. Voor zijn werk, Locus periucundus, werd hij geëerd door de gemeente Timișoara door hem ereburger te maken.

Na zijn dood werd Monoran pas gepubliceerd in een poëziebundel. Deze bundel ‘Locus Periucundus’ bevat gedichten uit de periode 1975-1989. Deze biografische poëzie geeft de impulsieve, abrupte en vaak tegenstrijdige teksten van Monoran de ervaring van een ‘vrije geest’. Uit deze bundel het gedicht ‘Locus Periucundus (1)’ (wat zoveel betekent als (tweede) Kamer voor meineed in het Latijn). In een vertaling van Marius Surleac en Marc Vincenz.

..

Locus Periucundus (I)

.

Before
becoming a village
this cluster of ruins
gently sloped beneath the trees, beneath bending
boughs, so that from place to place
fragments of wall peer out of the foliage,
a clutter of refuse
collapses into silence,
interrupted only by the murmur of countless
flowing streams
on winding narrow streets
and by the chatter of villagers
or the wide-eyed, ignorant
shepherds
menacingly dangling their clubs
above the hill’s crest,
behind their herds,
and among the brambles and blackberries
that impede the ewes’ ascent.

.

It is essential
to venture up there
amid the vineyards dull and bright,
to admire the hills
bombarded with rural echoes,
and to roam the dung-speckled grasslands
to reach
these Loci Periucundi
as Pliny would say—
places infused with the mysterious
presence of spirits
which give you an unsettling feeling
even when they are spelled out on paper,
not to mention to encounter them here
frightening and cheerful,
throbbing
in a slow affected ostentation
on the muddy footpaths shaded by thickets
from which curious news arrives
in light and shadow,
sweetened by bird song
or muffled by a profusion
of serpentine creeper vines
winding through trees.

.

Time
perfected
this green daedal country
dominated
by the language of birds and flowers,
a country prepared to take back its fauns and satyrs
concealed in the rocks
overgrown with ferns and wild roses—
as if designed in mad disarray
by a frivolous gardener
and in chaotic succession,
as if especially intended for lovers
seeking a hidden place for love.

.

In these places,
ruling for millennia,
hawk, bat, or cuckoo
have fulfilled their roles as augurs,
as angels and archangels, but now
hang as simple decorations
or as red penalty cards,
torn apart by weather and neglect.
.
Despite
the urgency of this beautiful,
almost Rousseauian spontaneity,
churches still loom
abundantly
in the oppressive religiosity
of the peasants
who, notwithstanding their kindness and courtesy,
are more renowned
for the quality of their wines and brandy
than any worship of saints
or their practice of the Mysteries
dedicated to Zamolxis or Dionysus.
.
The peasants are simple,
a living material
of farmers or miners or shepherds
and live their lives in these villages
built from these high walls and rubble—
rather more medieval than ancient.
And only my imagination
helps me see them
dissolve into the dream-light of an antiquity
that swarms everywhere,
reviving from these stones
with uncertain meaning,
the great towers of an almighty
Dacian stronghold,
which, in their long-lasting wanderings,
the Romans besieged.

.

Schaars licht

Hans Sleutelaar

.

De in 1935 geboren Rotterdamse schrijver en dichter Hans Sleutelaar groeide op met literatuur . In zijn ouderlijk huis was van 1957 tot 1959 het redactiesecretariaat van het literaire blad Gard Sivik gevestigd, daarna (tot 1964) in het souterrain van dat huis aan de Rotterdamse Essenburgsingel. Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Met de Zestigers wordt een literaire beweging in Nederland uit de jaren zestig aangeduid.

De Vijftigers en de Cobra streefde naar vrijheid. Esthetische conventies en traditionele lyriek diende te wijken voor de persoonlijk expressie. In de poëzie werd gestreefd naar vernieuwing door taalexperiment, waarin de spontane creativiteit voorgesteld werd. De Zestigers kwamen als reactie hierop met een neorealistische stroming, waarin de realiteit als vorm van kunst werd gepresenteerd. Zij waren fel gekant tegen de ‘verbale experimenteerkunst van de Vijftigers’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten.

Hans Sleutelaar werkte onder andere als junior copywriter, als freelance tekstschrijver, als medewerker van de Haagse Post en als hoofdredacteur van uitgeverij Boelen. Hij heeft van 1985 tot 2000 een eigen uitgeverij gehad en woonde “als ambteloos pennenvoerder” in Normandië. Na een verblijf in Thailand, keerde hij terug in zijn geboortestad.

Het oeuvre van Sleutelaar is klein. Hij debuteerde met de bundel ‘Schaars licht’ in 1979 waarna in 2004 ‘Vermiste stad; Rotterdamse kwatrijnen’ verscheen en in 2015 ‘Wollt ihr die totale Poesie? korte en zeer korte gedichten. De titel van deze laatste bundel is genomen van het gelijknamige gedicht uit 1965 dat in ‘Schaars licht’ is opgenomen.

Uit zijn debuutbundel het gedicht in twee delen ‘Sturen’ uit 1963.

.

Sturen

.

1

.

Land. Land. Land.

Een continent,

niet zonder naslagwerken

en concurrentie.

.

We constateren

en rekenen regelmatig af.

.

Autoradio: American Forces Network.

.

Minuten en kilometers

worden gebruikt

om te sturen.

.

Voornamelijk om te sturen.

.

2

.

De snelheid doet ons goed.

.

Wij passeren

met een gezonde arrogantie

automobilisten en andere voorbijgangers.

.

De generiek is deel van een grotere

generiek. die deel is van een grotere.

.

De snelheid levert meer data,

meer inside information.

.

Protest

Jonge Ierse dichter

.

Ierland heeft vele prachtige en goede dichters voortgebracht. Denk aan Seamus Heaney, William Butler Yeats, Oscar Wilde en Patrick Kavanagh. In de rubriek Ierse dichtersweek heb ik al vele voorbeelden gegeven van Ierse dichters. Gelukkig is de poëzie na al deze zwaargewichten niet tot stilstand gekomen. Nog steeds komen er uit Ierland heel goede en interessante dichters. Zoals Annemarie ní Churreáin (1982).

De jonge Ierse dichter Annemarie ní Churreáin is een dichter uit North West Donegal. Ze heeft literaire fellowships gekregen van Akademie Schloss Solitude (Duitsland) en Hawthornden Castle (Schotland). Haar werk is gepubliceerd in Poetry Ireland Review, The SHOp, The London Magazine, Agenda Poetry Journal en The Stinging Fly.

In 2016 ontving Annemarie een Next Generation Artists Award van de Arts Council of Ireland. In 2017 werd ze benoemd tot lid van het Writers In Prisons Panel, mede gefinancierd door de Arts Council & the Department of Justice, Equality and Reform. Ze is de tweede plaats winnaar van de Red Line Festival Poetry Award 2017. In dat jaar debuteerde met de poëziebundel ‘Bloodroot’. In 2019-20 is zij Writer In Residence bij de  Maynooth University.

Veel van de gedichten in Bloodroot houden zich bezig met de sociale positie van vrouwen in de Ierse staat, met name de gevallen van de beruchte moeder- en babyhuizen, de zogenaamde “Kerry Babies” uit de jaren ’80 https://en.wikipedia.org/wiki/Kerry_Babies_case en de tragedie van Ann Lovett in 1984 https://nl.wikipedia.org/wiki/Ann_Lovett. Ní Churreáins benadering is opmerkelijk confronterend, gevoed door een soort verfijnde woede en deze gedichten slepen de lezer mee met de kracht van hun gevoel.

Uit haar debuut het gedicht ‘Protest’.

.

Protest

.

One cut and the hair worn since childhood
fell upon the floor
dead soft.

A spear-thistle;
her new, bald skull
refused order.

She belonged to heather
and in tail-streams
cupping frogs,

delighting
in the small, green pulse of life
between palms,

not here:
at the dark centre of reunions, separations,
starved of air.

This was a protest of love, against love
demanding
sun, rain, wilderness.

From a finger, she slid a band
placed it underfoot,
pressed down

until the stone
made the sound of a gold chestnut
cracking open.

.

…, want nooit wordt alles gezegd

Alphons Levens

.

Als het gaat om poëzie van de Antillen of Suriname heb ik op dit blog berichten gewijd aan R. Dobru, Michaël Slory en Alette Beaujon. Ik ben altijd op zoek naar werk van dichters uit Suriname of de Antillen maar vreemd genoeg vind ik maar zelden iets. Nu heb ik echter een bundel gedichten gevonden van de Surinaamse dichter Alphons Levens.

Alphons Levens (1949) werd op Curaçao geboren maar verhuisde op zijn 5e met zijn ouders naar Suriname. Van 1969 tot 1977 woonde Levens in Nederland waar hij o.a. psychologie studeerde. Weer terug in Suriname werkte hij als onderwijzer, correspondent van de Hilversumse VARA-radio en als redacteur van het weekblad ‘Pipel’ dat na de decembermoorden in 1982 door het militaire regime werd gesloten.

In 1971 had hij zijn debuut gemaakt bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam met de dichtbundel ‘Bezinning en strijd’. Bekendheid verwierf hij met zijn sinds 1991 frequent verschijnende gedichten in het dagblad ‘De Ware Tijd’ en de ‘Weekkrant Suriname’ in Nederland. Hij publiceerde ze in de dichtbundels ‘Bezinning en strijd’ (1971), ‘Mogelijk’ (1996), ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ (1998) en ‘Wee het volk dat niet meer denkt!’ (2002).

Zijn gedichten hebben een minimum aan poëtische eigenschappen maar zitten vol engagement en hebben een socialistische en anti-militairistische inslag. Levens denken, dichten en schrijven zijn sinds 1970 bijzonder beïnvloed door zijn directe en indirecte ervaringen bij de ontwikkelingen in Suriname en de rest van de wereld, en dan met name de derde wereld.

In de bundel ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ staan 100 gedichten die door hun titels alleen al duidelijk maken waar het bij Levens om draait. Titels als ‘Het roer moet om!’, ‘Niet opgeven’, ‘Desinformatie’, ‘Emancipatie’ en ‘Censuur’ laten meteen zien dat hier een sociaal geëngageerde dichter aan het woord is. In het gedicht ‘Mobutu Sese Seko’ uit 1997 blijkt dat Levens geen onderscheid maakt tussen onrecht door kolonialisten of onrecht van het eigen volk.

.

Mobuto Seso Seko

.

Als op die dag de veel oudere

Nelson Mandela hem niet had opgetrokken,

was hij echt niet van die stoel kunnen komen.

.

Toch bleef hij vergaren en beschermen

miljarden gestolen rijkdommen

die zijn berooide volk toebehoorden

.

De laatste dagen van zijn leven

probeerde hij nog te leven,

maar dat was geen echt leven

.

Ik begrijp niet dat in deze tijd

van moderne telecommunicatie

er op aard’ nog zoveel Mobuto’s zijn

.

En er zelfs nieuwe bij komen.

.

Vondel en Brexit

Cultureel erfgoud

.

Ik lees heel graag poëzie en meestal is dat in poëziebundels. Maar er zijn uitzonderingen, zo kun je in de openbare ruimte gedichten lezen en staat er poëzie op allerhande objecten (zie hiervoor de categorieën gedichten op vreemde plekken en gedichten in de openbare ruimte). Maar wat ik misschien nog wel het leukst vind is wanneer je in een boek aan het lezen bent en daarin komt een gedicht voor.

Een voorbeeld van zo’n boek is ‘Cultureel erfgoud’ Jaco van Witteloostuyn uit 2017 met als ondertitel ‘Hoe de kunst de samenleving kan verwarmen, schokken, verbinden en waarden en normen kan belichten’. In dit overigens bijzondere boek, in het hoofdstuk Engeland en de EU, heeft van Witteloostuyn een gedicht van Vondel opgenomen dat hij laat voorafgaan door een gedicht van Oscar Wilde en waar hij een gedicht van nu van zijn hand zet. Dit allemaal om een punt te maken over de betrekkingen tussen Engeland en Europa. Voor de volledigheid neem ik hier alle drie de gedichten op in de volgorde uit het boek (het gedicht van Wilde heb ik aangevuld).

.

The Thames nocturne of blue and gold

changed to a harmony in grey:

A barge with ochre-colored hay

dropt from the warf: and chill and cold

.

The yellow fog came creeping down

The bridges, till the houses’ walls

Seemed changed to shadows, and S. Paul’s

Loomed like a bubble o’er the town.

.

Then suddenly arose the clang

Of waking life; the streets were stirred

With country waggons: and a bird

Flew to the glistening roofs and sang.

.

But one pale woman all alone,

The daylight kissing her wan hair,

Loitered beneath the gas lamps’ flare,

With lips of flame and heart of stone.

.

Oscar Wilde 

.

Hierop bruist de vloot der Staeten

Naer den Teems, daer Brittenlant

Trots zijn ijsre keten spant:

Maar wat kan een keten baeten,

Als de leeuw van Holland brult,

En de zee met doodschrik vult?

Hij rukt stel, als rag, en flarden,

Sloopt kastelen langs het strant,

steekt met zijn gezicht dan brant!

In de schepen. Wie kan ’t harden!

.

Vondel, 1667.

.

Brussel is in alle Staten,

nu de Theems, dus Engeland

trots de Brexit-ketting spant.

Maar wat kan een ketting baten

als het hele Brussel brult,

Ier en Schot met afkeer vult!

Londen rukt zichzelf aan flarden,

sloopt de City aan het strand,

sticht door zijn gewicht een brand

in Europa, wie kan ’t harden.

 

Jaco van Witteloostuyn

.

Sneeuwbed

Paul Celan

.

De van Joodse afkomst en Roemeense dichter Paul Celan (1920-1970) wordt algemeen beschouwd als een der grootste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij schreef, beïnvloed door het symbolisme en het surrealisme, gedichten waarin hij op zijn eigen wijze zijn ervaringen met de Holocaust verwerkte.  Paul Celan was het meest gebruikte pseudoniem van Paul Antschel (een anagram van zijn Roemeense achternaam Ancel). Celan gaat spaarzaam met woorden om en schrijft op de rand van het zwijgen. Hij gebruikt gewaagde metaforen en neologismen, die hij voor een deel haalde uit lectuur van geologische boeken.

Zoals het gedicht ‘Sneeuwbed’ of ‘Schneebett’, dat een voorbeeld is van de anorganische poëzie die Celan schreef.  Organische poëzie is levende, dynamische, telkens veranderende poëzie, waar anorganische (niet-levend) poëzie, een kunstwerk op zichzelf dat niet verandert of evolueert.

In 1959 verscheen van Celan de bundel ‘Sprachgitter’ met daarin het gedicht ‘Schneebett’, hier in het Duits en in een vertaling die ik heb gevonden op de website https://mystiekfilosofie.com/ .

.

Sneeuwbed

.

Ogen, wereldblind, in de sterfkrochten: ik kom,
met verharding in het hart,
ik kom.

.

Steile wand maanspiegel. Afdalen.
(Met adem bevlekte schijnsels. Vegen bloed.
Wolkende ziel, nog eens gestalte haast.
Tienvingerschaduw – vastgeklampt.)

.

Ogen wereldblind,
ogen in de sterfkrochten,
ogen ogen:

.

het sneeuwbed onder ons beiden, het sneeuwbed.
Kristal na kristal,
met een tijddiep rooster, we vallen,
we vallen en liggen en vallen.

.

En vallen:
we waren. We zijn.
We zijn één vlees met de nacht.
In de gangen, de gangen.

.

Schneebett

.

Augen, weltblind, im Sterbegeklüft: Ich komm,
Hartwuchs im Herzen.
Ich komm.

.

Mondspiegel Steilwand. Hinab.
(Atemgeflecktes Geleucht. Strichweise Blut.
Wölkende Seele, noch einmal gestaltnah.
Zehnfingerschatten – verklammert.)

.

Augen weltblind,
Augen im Sterbegklüft,
Augen Augen:

.

Das Schneebett unter uns beiden, das Schneebett.
Kristall um Kristall,
zeittief gegittert, wir fallen,
wir fallen und liegen und fallen.

.

Und fallen:
Wir waren. Wir sind.
Wir sind ein Fleisch mit der Nacht.
In den Gängen, den Gängen.

.

Evelien Verhegge

Poëzielessen in Vlaanderen

.

Op het bijzonder interessante en inspirerende symposium ‘Uitgesproken poëzie’ over poëzie in klas in Utrecht, verzorgde Evelien Verhegge een workshop met de titel ‘Spieken bij de buren; tips & tricks uit het Vlaamse poëzie-onderwijs’. Evelien Verhegge is docent aan het LUCA, school voor arts en drama in Vlaanderen en werkt bij Jeugd en Poëzie. In haar workshop gaf ze een overzicht van de verschillende opleidingen in België en welke plek poëzie in het Vlaamse onderwijs inneemt.. Daarnaast ging ze in op de volgende vragen:

Welke lessen krijgen Vlaamse leerlingen dan precies wat poëzie en declameren betreft? Welke leerdoelen worden er met het memoriseren en voordragen van poëzie (en andere talige uitingen) behaald? Wat kunnen Nederlandse docenten meenemen naar hun schoolpraktijk? | Workshop voor secundair onderwijs.

Als oefening had ze een bijzonder aardig voorbeeld meegebracht uit haar praktijk als docent. De deelnemers aan de workshop kregen het gedicht Boem Paukeslag van Paul van Ostayen, uit de bundel ‘Bezette stad’ (1921) uitgereikt maar niet in één geheel maar in verknipte stukken. Boem Paukeslag is de artistieke weergave van de dramatische gebeurtenissen in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog; het is ook een van de optisch mooiste gedichten uit de Vlaamse letterkunde.

De eerste opdracht was om de verknipte stukken weer tot één gedicht te maken, en hoewel iedereen die gedicht kent blijkt het toch moeilijk om de verschillende zinnen en onderdelen zo te plaatsen dat het het originele gedicht weergeeft. Daarna kregen we de opdracht om bij onderdelen van het gedicht onomatopeeën (klanknabootsingen) en assonanties (halfrijm) bij een aantal woorden te verzinnen.

Tot slot moesten we een omgeving bedenken waar veel mensen tezamen komen en dit allemaal in het gedicht ‘Boem Paukeslag’ verwerken. Op deze manier krijg je dus een heel nieuw gedicht. In mijn groepje kwam hier het volgende uit waarbij de plek waar veel mensen samen komen een begrafenis was.

.

BOEM

Paukeslag

schrijden, stappen, schrijden, stappen, schrijden, stappen

Stop!

Daar ligt alles                                            plat

O_________________________________________o

Weer razen violen celli bassen koperen triangel

Trommels Pauken

Drama in volle slag hoeren en nabestaanden

werpen zich op eerlike mannen de kerk wankelt

de eer wankelt ligt er

alle maskers vallen

zzzzzzzzzzzzt                                          POF!

.

en vergelijk dat dan met het origineel:

 

Anti-stress poëzie

Deborah Alma

.

Ik kende het begrip Bibliotherapie in algemene zin; een therapie waarbij gebruikgemaakt wordt van geschreven teksten zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Al bij de oude Grieken was het bekend dat literatuur zowel psychologisch als spiritueel belangrijk was, en zij plaatsten boven hun bibliotheken dan ook een bord met het opschrift “Plaats ter genezing van de ziel. Bij bibliotherapie kiest men lectuur uit als therapeutisch hulpmiddel bij medische en psychiatrische behandeling. Dit gerichte lezen als begeleiding bij de oplossing van persoonlijke problemen wordt bijvoorbeeld ook aangewend in ziekenhuizen. (bron”Wikipedia).

Dat poëzie in dit rijtje ook thuis hoort daar getuigt het boek van Sarah waarover ik gisteren schreef van; poëzie om een traumatische ervaring mee te verwerken. In Engeland vond ik een dichtbundel uit 2015 over dit onderwerp met de veelzeggende titel ‘The Emergency Poet’ An Anti-Stress Poetry Anthology.

‘The Emergency Poet’ werd samengesteld door dichter en schrijver Deborah Alma. In haar voorwoord schrijft ze dat ze een oude ambulance kocht uit 1970 en daarmee naar ziekenhuizen, tehuizen, evenementen, bibliotheken, scholen en festival reisde voor poëzie therapie en vriendelijke conversatie. De mensen die ze daar trof waren vaak op zoek naar raad en een emotionele oppepper. Deborah alma hielp ze met het vinden gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.

De bundel is opgedeeld in verschillende hoofdstukken met thema’s als ‘Voor dagen wanneer de wereld even te veel voor je is’, Pluk de dag’, ‘Liefde’, Óuder worden’, ‘Hoop’, ‘Over verdriet’ en ‘Moed en Inspiratie’. Alle gedichten in dit boek zijn door haar uitgetest en in de praktijk gebracht en hun nut is bewezen. Tijd voor een Nederlandse hertaling of editie met gedichten van Nederlandstalige dichters.

De meeste gedichten in deze bundel zijn van Engelse of Engelstalige dichters maar er staat ook (vertaalde) poëzie in van onder andere Miroslav Holub, Fernando Pessoa, Thich Nhat Hanh en  Rainer Maria Rilke. Een aantal van de opgenomen gedichten is heel bekend en zelfs beroemd maar vele zijn ( voor mij) onbekend.  Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Getting Older’ van Elaine Feinstein (1930 – 2019) een Engels dichter met grote affiniteit voor de Russische dichters van de vorige en deze eeuw. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Collected poems and translations’ uit 2002.

.

Getting Older

.

The first surprise: I like it.

Whatever happens now, some things

that used to terrify have not:

.

I didn’t die young, for instance. or lose

my only love. My three children

never had to run away from anyone.

.

Don’t tell me this gratitude is complacent.

We all approach the edge of the same blackness

which for me is silent.

.

Knowing as much sharpens

my delight in january freesia,

hot coffee, winter sunlight. So we say

.

as we lie close on some gentle occasion:

every day won from such

darkness is a celebration.

.

Geen tweede Troje

Jean Pierre Rawie

.

Ik lees de laatste tijd veel over drugs, over dat drugs ons land in een wurggreep houdt, dat Myanmar de grootste drugsleverancier van de wereld is (Synthetische drugs), dat de pillen industrie Nederland vervuild (drugsafval) en ga zo maar door. Steeds meer ook gaat het over oplossingen en feitelijk is de beste oplossing dat niemand ooit meer drugs zou gebruiken. Een utopie, ik weet het maar het besef bij de gebruikers dat door het gebruik deze verwoestende industrie draaiende blijft, zou wat meer door mogen dringen. En dan heb ik het nog niet over de verwoestende effecten van langdurig drugsgebruik op lijf en leden (rottend gebit, schade aan hersenen en hart en ga zo maar door).

Ik moest, na een bericht over dit laatste, denken aan een gedicht van Jean Pierre Rawie uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1990, een sonnet getiteld ‘No second Troy’.

.

No second Troy

.

Ik heb een vrouw bemind. die best

een tweede Troje zou verdienen,

en die door drank en heroïne

onder mijn ogen werd verpest.

.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,

en ik zou zachtjes willen grienen,

omdat alleen dit clandestiene

sonnetje van ons tweeën rest.

.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je

een tipje van de sluier licht,

wat zout om in de wond te wrijven.

.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,

dat je, verdomd, in een gedicht

‘de dingen van je af kunt schrijven’?

.

Gedicht voor platenspelers

John Wieners

.

Dichter John Wieners (1934 – 2002) werd geboren in Boston en was Beat-dichter en lid van de San Francisco Renaissance. Wieners was ook een anti-oorlogs- en homorechtenactivist. Zijn poëzie combineert openhartige verhalen van seksuele en drugsgerelateerde experimenten met door jazz beïnvloede improvisatie en plaatst beide in een lyrische structuur.In een interview met zijn redacteur zei  Wieners over zijn werk: “Ik probeer het meest gênante wat ik kan bedenken te schrijven.” Uit zijn bundel ‘Selected Poems 1958 – 1984’ uit 1986 het gedicht ‘A Poem for Record Players’.

.

A Poem for Record Players

.

The scene changes
Five hours later and
I come into a room
where a clock ticks.
I find a pillow to
muffle the sounds I make.
I am engaged in taking away
from God his sound.
The pigeons somewhere
above me, the cough
a man makes down the hall,
the flap of wings
below me, the squeak
of sparrows in the alley.
The scratches I itch
on my scalp, the landing
of birds under the bay
window out my window.
All dull details
I can only describe to you,
but which are here and
I hear and shall never
give up again, shall carry
with me over the streets
of this seacoast city,
forever; oh clack your
metal wings, god, you are
mine now in the morning.
I have you by the ears
in the exhaust pipes of
a thousand cars gunning
their motors turning over
all over town.
 .