Site-archief
4 mei
Jaap Zijlstra
.
Vandaag is het 4 mei, de dag dat we in Nederland de doden herdenken. De doden uit de tweede wereldoorlog en de doden die na de oorlog in conflictgebieden vielen. Er is zelfs een initiatief om ook alle doden te herdenken die nu nog in conflictgebieden vallen te herdenken overal ter wereld. Ik vind dat een mooi initiatief omdat het een accent toevoegt aan de dodenherdenking. Het doet niets af aan de twee minuten stilte om 20.00 uur op 4 mei ter herdenking aan hen die vielen, het verrijkt deze herdenking én ik denk dat door dit soort initiatieven (waar je ook het herdenken van Nederlanders in conflicten na de tweede wereldoorlog onder mag scharen) juist bijdraagt aan het in leven houden van deze mooie traditie.
Toch wil ik vandaag een gedicht plaatsen dat juist een directe relatie heeft met 4 mei 1945. Het is het gedicht ‘4 mei’ van Jaap Zijlstra (1934) en ik nam het uit de bundel ‘De mooiste gedichten over verzet en bevrijding’, verzameld door Sipke van der Land uit 1994.
.
4 mei
.
De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf. De duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.
.
Voorover liggen. het is niet voorbij.
Wachten met het gezicht op de grond.
Roepen tot God met een gesloten mond.
Mijn God, mijn God, ontferm U over mij.
.
Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.
.
Positivo
Leonard Cohen
.
Waar Leonard Cohen (1934-2016) vooral bekend is van liedjes als ‘Suzanne‘ en ‘So long, Marianne‘ was het nummer ‘Anthem’ uit 1992 voor mij onbekend. Totdat ik in een artikel in de krant van zaterdag een zin uit een lied van hem las. ‘There is a crack, a crack in everything, That’s how the light gets in’. In de tekst stond niet uit welk lied maar ik vind deze zin zo mooi positief en waar dat ik op zoek ging. Het blijken twee zinnen uit de liedtekst van ‘Anthem’ te zijn.
Nu hou ik van mooie zinnen, van poëtische zinnen, ook als die in liedjes voorkomen. Ik heb er niet voor niets een categorie van gemaakt op dit blog. In het geval van ‘Anthem’ zijn er nog veel meer fraaie zinnen op te tekenen. Alle reden om de lyrics van dit lied hier te delen. Een andere reden is dat ik dit een heel positieve tekst vind. Ondanks alle ellende die de wereld overspoelt momenteel zit er altijd overal een barst in alles waar het licht doorheen schijnt. Veel positiever krijg je het niet.
En omdat de wereld en wij mensen wel wat positieve energie en richting kunnen gebruiken hier de tekst.
.
Anthem
.
Poëzie en rouw
Dromen dromen
.
In de Volkskrant van zaterdag viel me weer eens op hoe vaak poëzie wordt gebruikt in rouwadvertenties. Dat zal bij andere kranten overigens niet anders zijn. Ik las strofen uit gedichten van Hans Faverey (1933-1990) : ‘Zo begint het, en moet zo lang. / Te lang begonnen blijven’, van Lieke Marsman (1990) ‘Als je eigen dood aan je deur staat en ongeduldig je naam door de brievenbus roept, zie dan maar eens open te doen met een onbewogen, “ach ja, jij hoort er nu eenmaal bij”.’ en van George Harrison (1943-2001) ‘Here comes the sun, and I say, it’s all right’. En er was een uitspraak van de Duitse kerkleider, schrijver en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) met een grote poëtische zeggingskracht ‘Afscheid nemen / is met zachte vingers / wat voorbij is dichtdoen / en verpakken / in goede gedachten / der herinnering…’.
Ik moest na het lezen van deze stukken meteen denken aan poëziedoctor Kila van der Starre (1988). In haar onvolprezen proefschrift uit 2017 ‘Poëzie buiten het boek‘ de circulatie en het gebruik van poëzie, heeft ze een hoofdstuk gewijd aan Rouwpoëzie, poëzie in rouwadvertenties. Daarnaast was ik nieuwsgierig naar het meest gebruikte gedicht in Nederlandse rouwadvertenties. Daar heb je tegenwoordig een prima AI app voor Perplexity en die geeft als antwoord dat ‘Sub Finem‘ van Vasalis (1909-1998) een van de meest populaire rouwgedichten is, naast ‘De Steen‘ van Bram Vermeulen (1946-2004) en de tekst van Psalm 39 (in meer Christelijke kringen) volgens een onderzoek van het Reformatorisch Dagblad.
Na lezing van deze gedichten voerden mijn gedachten mij vervolgens naar een bundel die ik sinds kort in mijn bezit heb ‘De gedichtenapotheek‘ samengesteld door Philip Huff (1984). In het hoofdstuk ‘Leven met verlies’ is bij ‘de dood van een geliefde’ het gedicht ‘Dromen dromen’ opgenomen van Judith Herzberg (1934).
.
Dromen dromen
.
Ik droomde dat je thuis was lief
je kwam licht uit de auto, ik sliep,
ik hoorde vogels, rook seringen,
jij draaide aan de knop van de radio
die aan mijn hoofdeind stond.
Uit elk station kwamen verwonderlijk
belangwekkende fragmenten.
Ik droomde ook dat ik gedroomd had
dat ik in de keuken stond
en dat het aanrecht in stukken brak –
marmeren brokken. Ik nam in elke hand
een scherf want dacht ik, misschien
is dit een droom, en bracht mijn handen
langzaam bij elkaar, om het marmer
te horen ketsen, maar het ketste niet.
Ik vond het prettig datje thuis was
kon je de droom vertellen. Ja zei jij,
ja dat doet een droom, je voelt iets in je hand
dat er niet is, dat is bekend.
Toen ging de telefoon. Zo heerlijk, dacht ik
dat jij thuis bent, ik slaap nog even door.
.Jij neemt wel op. Ik hoorde je spreken.
Hij rinkelde en rinkelde totdat ik wakker werd
en rende. Verdriet om sterven is bekend
verdriet van scheiden niet geacht. En
doden weten niet hoe ze ontbreken.
.
De stilte
Jan van Nijlen
.
Dat er heel veel themapoëziebundels zijn uitgegeven in de loop der jaren zal voor de vaste lezer van dit blog geen nieuws zijn. Over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn bloemlezingen verschenen. Of het nu gaat over verzet, roken, fietsen, troost, de tweede wereldoorlog of beta’s, je kunt het zo gek niet bedenken of er is een verzameling gedichten van gemaakt.
Blijkbaar voorziet de bundeling van gedichten per onderwerp of thema in een vraag van poëzieliefhebbers. In de jaren 1979, 1980 en 1981 verscheen bij Erven Thomas Rap een serie Thema-poëzie. Onderwerpen waren de fiets, de moeder, Het werk, de vogel, de stad, het kind, de tuin en de dood. Maar ook de stilte. In 1980 stelde Kees Fens de bloemlezing ‘De stilte’ samen en in die bloemlezing staat het gedicht ‘De laatste dagen’ van Jan van Nijlen. Deze Vlaamse dichter (1884-1965) was ambtenaar, dichter en essayist.
In 1906 debuteerde van Nijlen met de bundel ‘Verzen’ en voor zijn werk (proza en poëzie) ontving hij onder andere de Constantijn Huygensprijs (1963) en de Staatsprijs Vlaamse Poëzie (1934). Van Nijlen is bij de meeste mensen (zeker in Antwerpen) bekend door zijn gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ dat uit zijn bundel ‘Geheimschrift’ uit 1934 komt en dat in 2011 in het centraal station van Antwerpen onthuld werd.
Van Jan van Nijlen is in de bloemlezing ‘De stilte’ het gedicht ‘De laatste dagen’ opgenomen uit ‘De dauwtrapper’ uit 1947.
.
De laatste dagen
.
Een blauwe schotel bleef, met enkle vruchten,
vannacht in het prieel op tafel staan,
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd,
een laatste straal van de verdoofde maan.
.
Geen wind beweegt de donkre notelaren,
rond zonnebloem en volle dahlia
gonst geen insekt: ’t is de volmaakte vrede
die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna.
.
O laatste, warme dagen van september,
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij,
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden
naar dood en vrede, beiden zo nabij.
.
Voor een vijfjarige
Fleur Adcock
.
Ik ben aan het lezen in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970-1984’ samengesteld Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij en gepubliceerd in 1984. Ik verbaas me over de beroemde namen van dichters die in de loop der jaren Poetry International hebben aangedaan. Ik weet natuurlijk wel dat dit het geval is maar als je dan door de bio- en bibliografieën van al die dichters bladert is het toch wel heel bijzonder.
Uiteraard staan er tussen die vele dichters ook namen van dichters die ik niet ken, en juist die zijn vaak heel interessant. Zo bleef ik hangen bij een gedicht van Fleur Adcock (1934). Geboren in Nieuw-Zeeland maar al jaren verblijvend in Engeland. Wat ik heel leuk vind is dat ik op haar Wikipediapagina lees dat ze, naast het docentschap en haar carrière als dichter, ook bij verschillende bibliotheken heeft gewerkt als bibliothecaris. In 2006 won Adcock een van de belangrijkste poëzieprijzen van Groot-Brittannië, de Queen’s Gold Medal for Poetry , voor haar verzamelde werken, ‘Poems 1960–2000’. Ze was pas de zevende vrouwelijke dichter die de onderscheiding in 73 jaar ontving.
Adcocks poëzie houdt zich doorgaans bezig met thema’s als plaats, menselijke relaties en alledaagse activiteiten, maar vaak met een duistere wending aan de alledaagse gebeurtenissen waarover ze schrijft. En juist dat specifieke element, die duistere wending lees ik terug in het gedicht ‘Voor een vijfjarige’ of ‘For a five-year-old’ zoals het gedicht in het Engels is getiteld. Ik bleef bij dit gedicht hangen omdat het me deed denken aan een moeder, die zoiets ook zou kunnen denken of zeggen. Het gedicht is vertaald door Bob den Uyl.
.
Voor een vijfjarige
.
Een slak kruipt tegen het kozijn op
je kamer binnen, na een regennacht.
Je roept me binnen om te kijken, en ik leg uit
dat het onaardig zou zijn hem daar te laten:
hij zou op de vloer kunnen kruipen, we moeten voorkomen
dat iemand hem vertrapt. Je begrijpt het,
en draagt hem naar buiten, in koesterende hand,
om hem een narcis te laten eten.
.
Ik zie dan dat een soort vertrouwen je beweegt:
je tederheid wordt nog gevormd door woorden
van mij, die muizen heeft gevangen en vogels heeft geschoten,
van mij, die je poesjes heeft verdronken, die je
naaste verwanten heeft verraden, en die menig ander
de hardste waarheden heeft verteld.
Maar zo is het nu eenmaal: ik ben je moeder,
en we zijn aardig tegen slakken.
.
For a Five-Year-Old
.
A snail is climbing up the window-sill
into your room, after a night of rain.
You call me in to see, and I explain
that it would be unkind to leave it there:
it might crawl to the floor; we must take care
that no one squashes it. You understand,
and carry it outside, with careful hand,
to eat a daffodil.
.
I see, then, that a kind of faith prevails:
your gentleness is moulded still by words
from me, who have trapped mice and shot wild birds,
from me, who drowned your kittens, who betrayed
your closest relatives, and who purveyed
the harshest kind of truth to many another.
But that is how things are: I am your mother,
and we are kind to snails.
.
Rep en roer
Judith Herzberg
.
Zoals elk jaar komt de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) ook dit jaar weer in december met een gedicht om het jaar af te sluiten en het nieuwe jaar in te luiden. Dit jaar is Judith Herzberg (1934) gevraagd een reflectie te schrijven op de tijd waarin we leven. Omdat het gedicht wordt toegestuurd aan relaties van de CPNB (en dus niet voor iedereen toegankelijk) deel ik graag, net als vorig jaar en het jaar daarvoor, dit gedicht.
.
Rep en roer Oktober 2023
.
Juist als je denkt er eindelijk
aan toe te zijn zet hij het weer
in rep en roer, je wereldje,
bijna fataal, je kleintje.
.
Om van de echte, grote
het schandaal waar je van
opstak dat je je beter
af kon wenden. Je wilde
nu en dan iets aardigs
liefs beleven, daar dan
in opgaan, geloven.
.
Maar dan je hart. je darmen
slaan alarm. Herken je dat
je zorgen breng je onder
in grasspriet-kunde
en wormenzorg
dat ondergrondse.
.
Klein en groot zijn
in je hoofd
niet langer van elkaar
te scheiden. En dan
die wirwar en die
rep en roer nog
waar we in rouw
verbouwereerd
aan lijden.
.
















