Site-archief
Tienminutengesprek
Esther Jansma
.
Dat dichters maar zelden alleen dichter zijn mag bekend zijn, van gedichten schrijven valt nu eenmaal niet te leven (een enkele uitzondering daargelaten uiteraard). Vaak schrijven ze naast poëzie ook proza, columns of korte verhalen, liedteksten of andere teksten. Er zijn er ook die naast hun dichterlijke leven nog een andere baan hebben zoals journalist, redacteur of directeur van een bibliotheek. Esther Jansma is wat dat betreft toch een beetje een vreemde eend in de bijt. Zij is naast dichter ook prozaschrijfster en archeologe!
Ze debuteerde in 1988 met de dichtbundel ‘ Stem onder mijn bed’ waarna nog verschillende dichtbundels volgde. Voor haar werk ontving ze onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de A. Roland Holst-penning. Uit haar bundel ‘ Voor altijd ergens’ uit 2015 koos ik in deze vakantieperiode voor het gedicht ‘ Tienminutengesprek’. Een grappig en schurend gedicht waarbij ik onwillekeurig moest denken aan de televisieserie de Luizenmoeder.
.
Tienminutengesprek
.
Nadat de onderwijskrachten met man en macht
op vrouwelijk zuchtend voorovergebogen begrip
simulerende wijze waren uitgewoed – en weet
dat daar woede bij zat, banieren grof rood door
het hoofd, intonaties die intenties uit koers rammen –
hadden de van schrik en noodlottige toekomsten
verstijfde tegenover de krachten op hun verzoek
aan knielage tafels neergekrompen in stoeltjes geklemde
zorgers voor hun zoon het volgende bereikt:
Een: wij gaan ons best doen omdat wij goed zijn.
Twee: over een maand weten wij of zijn leven
gaat lukken. Wij melden dat desgewenst schriftelijk.
Drie: dit is een productafspraak.
.
O, was ik maar de wereld uit
Else Lasker-Schüler
.
Alweer een dichter op verzoek en dit keer op speciaal verzoek van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, van wie ik afgelopen februari de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ uitgaf via mijn uitgeverijtje van poëzie MUG books. Evy verzocht om een gedicht van Else Lasker-Schüler. De poëzie van Else Lasker-Schüler (1869 – 1945) is bewust irrationeel en werkt met associaties en aaneenrijgingen. De figuren die ze in haar proza ten tonele voert, zijn vaak vermomde mensen uit haar omgeving. Ze spint allegorische constellaties van sprookjesachtige situaties en laat een grote verscheidenheid aan emoties de revue passeren.
Nadat in 1912 haar tweede huwelijk strand begint het leven van Lasker-Schüler meer en meer onthecht te raken. Ze trok van het ene pension naar het andere, werd een bekend gezicht in het Café des Westens, leed vaak honger en begon bedelbrieven te schrijven. In een editie van Awater uit 2002 staat geschreven over deze periode:
Halverwege 1912 werd ze verliefd op een dichtbundel, ‘Morgue und andere Gedichte’. De dichter van dat boek was Gottfried Benn, een 26-jarige patholoog-anatoom die in een Berlijns armenziekenhuis werkzaam was. De ellende die hij daar onder ogen had gekregen deed hem in één week tijd een spookachtig mooie dichtbundel schrijven. ‘Lang voordat ik hem kende,’ schreef Lasker-Schüler, ‘was ik zijn lezeres; zijn dichtbundel ‘Morgue und andere Gedichte’ lag op mijn deken; gruwelijke kunstwonderen, doodsdromerij die contouren kreeg. Kwellingen sperren hun muil open en verstommen, kerkhoven wandelen de ziekenzalen binnen en schieten wortel voor de bedden van zware patiënten.’
En over de dichter schreef ze: ‘Dr. Benn is half tijger, half havik en staat in de kelder van zijn ziekenhuis lijken open te snijden. Hij is stug en stevig, zacht en teerhartig.’
Het gedicht ‘O, was ik maar de wereld uit’ schreef ze in een staat van verliefdheid voor Dr. Benn. De vertaling is van Menno Wigman.
.
Onbestelbaar
J.C. Van Schagen
.
Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen ( 1891- 1985) was een Zeeuwse schrijver, dichter en graficus. Hij publiceerde als J.C. van Schagen. Hij debuteerde in 1925 met de bundel ‘Narrenwijsheid’. Vanaf de jaren vijftig publiceerde Van Schagen veel poëzie (bijvoorbeeld Zeeuwse reflexen, 1953) en proza en maakte hij ook steeds meer prenten. Het overgrote deel van zijn werk werd door Van Schagen zelf uitgegeven. Meer dan twintig titels in de reeks Domburgse Cahiers en de serie schriftsels, poëzie en proza, werden verzonden aan honderden liefhebbers.
In 1985 verscheen bij de Prom de verzamelbundel ‘Wat dit blijfsel overbleef’ gedichten. In deze bloemlezing veel gedichten uit de Domburgs cahiers (1963-1975) en Schriftsels (1977- 1985) aangevuld met gedichten die in tijdschriften en losse uitgaven verschenen.
Uit deze bundel het gedicht ‘onbestelbaar I’.
.
onbestelbaar I
.
acht smalle zwarte konten
acht automatiek zwaaiende staarten
acht eendrachtig zwaaiende staarten
sneeuwwit
acht jonge Kalverstraat in conclave
op het weitje achter de stal
ze zien me niet
ik heb geen staart
ik ben niets
beter maar
.
acht jonge meiden onder mekaar
zo gezellig
maar je komt er niet in
.
Rakelings
Ria van Amelsvoort
.
Na het beëindigen van haar loopbaan als docent Frans begon Ria van Amelsvoort (1933) met het schrijven van proza en poëzie. Haar gedichten werden gepubliceerd in verschillende bloemlezingen en haar werk werd bekroond met verschillende prijzen waaronder tweemaal de Dunya Poëzieprijs. Haat taalgebruik is direct en doeltreffend. In 2010 verscheen van haar hand de bundel ‘ Rakelings’. In deze bundel komen thema’s als maatschappelijke betrokkenheid,, liefde, bezinning en aanvaarding aan de orde met name voor mensen met een verstandelijke handicap. Maar ook bespiegelingen op het moderne leven zoals in het gedicht ‘ Draadloos’.
.
Draadloos
.
als losgeslagen scheepjes
dobberen mobielen
op de mensenzee
draadloos aan de schelpen
nemen zij commando’s mee
intiem soms de gedachten
worden in de lucht gelost
.
ik mis het mij ommurende hok
waar ik ingekerfde liefde vond
als ik er te telefoneren stond
.
Leraar
Jan-Willem Overeem
.
Erotiek op zondag en daarom vandaag het gedicht ‘Leraar’ van Jan-Willem Overeem (1942 – 1979). Jan-Willem Overeem was prozaïst, dichter, aforist en docent dramatische expressie en maatschappijleer aan de Toneelacademie te Maastricht. Hij was actief in het Maastrichtse ‘Literair Aksie Komitee’ (LAK), waarin ook beeldend kunstenaar Gèr Boosten, de auteurs Leo Herberghs, Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Ton van Reen, Kees Simhoffer, Miel Vanstreels, Hans van de Waarsenburg en de Finse schrijver Heimo Pihlajamaa actief waren. Overeem was tevens redacteur van Contour (tijdschrift voor Literatuur) en van Kentering (literair tijdschrift).
Op internet zijn een aantal van zijn aforismen te vinden op http://www.woorden.org/quotes/?auteur=Jan-Willem%20Overeem waaronder deze: “Met elkaar naar bed gaan: van de nood een vreugd maken”. Uit de bundel ‘Een hond tussen twee bomen’ uit 1974 het gedicht ‘Leraar’.
.
Leraar
.
hij zou dat meisje willen baden
in lessen van liefde
niet meer dan even spelen
met borstjes en lippen
vrij willen laten in roes
en geritsel van bomen
zoals ze nu droomt
.
ver weg van cijfers en zure
gezichten van vrouwen
die haar rapport bepalen
.
hij zou niet veel met haar willen
al is haar broekje blauw
.
verscheen ze maar niet
in zovele personen –
en wachtte er straks buiten
maar niet zijn zoon op haar
.
Spel en drank
Eric van der Steen
.
In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen. Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.
In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.
.
Spel en drank
.
Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –
wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,
wij spelen verder, al kreeg één de troeven,
dat is de Dood, en hij is groot, wij klein
en blind als paarden in een smalle mijn:
de droomen die wij overnacht behoeven,
zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,
wij drinken om verdooving voor de pijn.
.
God en de goden lachen nu misschien
om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:
de ooren om te hooren, om te zien
twee lichte oogen, maar om te gelooven
niets dan de koele, zorgelooze wijn –
maar ben ik dan een blinde en een doove?
.
Krijgsgewoel
Armando
.
In 1986 publiceerde Armando de bundel ‘Krijgsgewoel’ zijn derde Berlijnse bundel, en misschien wel zijn mooiste. De observaties, beschouwingen en gesprekken zijn het resultaat van Armando’s bijna kinderlijke nieuwsgierigheid naar de bronnen en de sporen van het Duitse oorlogsgeweld. Hij staat stil bij medeplichtige gewassen en schuldige plekken, resten van het geweld. Anonieme getuigen en daders van het krijgsgevoel laat hij aan het woord in aangrijpende, onbecommentarieerde flarden. Is dit poëzie of is het proza? Het onderstaande stuk, gedicht of tekst uit deze bundel vind ik poëtisch en is in mijn ogen een gedicht.
.
Langzamerhand ben ik gaan begrijpen
dat je niet moet schrijven of schilderen
wat je weet. Je zou datgene moeten
schrijven of schilderen wat zich tussen
het weten en begrijpen verbergt.
Een kleine aanduiding, een wenk is
mogelijk, een vermoeden, meer niet, en
dat is al heel wat.
.
Op een dag breekt alles
Marieke Lucas Rijneveld
.
Op zondag 28 januari aanstaande zal Marieke Lucas Rijneveld te gast zijn als voordragend dichter bij de Gedichtendag in Theater Koningshof in Maassluis. Deze middag, waarop ook Rellie Telg (Relliatuur), Bert Blasé en Hans Trompert en een aantal Maassluisse dichters zullen voordragen (waaronder de stadsdichter Jaap van Oostrum) zal ik persoonlijk presenteren.
Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin,De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ dat al heel snle verschillende herdrukken beleefde. In 2018 dus zeer recent verscheen haar eerste roman getiteld ‘De avond is ongemak’.
In 2014 werden in De Revisor’ een paar gedichten van Marieke Lucas geplaatst, in dat zelfde jaar werd ze door door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent van dat jaar.
.
Op een dag breekt alles
Als ik uitstap vraagt een man of ik van bier eerder zal breken
of ik wist dat kroegen net katten waren die overdag sliepen, in de nacht
zich warm om je heen krulden als bladerdeeg in de oven. Ik denk aan de keren
dat ik mijn huis in dronken toestand zag, aan de vreemde pasvormen in de banken
schaafwonden die geen kans op genezing kregen. Aan de vloer die daarna nog
dagenlang zich aan mijn voeten klampte en ik me opsloot omdat de gang beelden
projecteerde van zoenende mensen. Iemand schreef op het behang dat mensen net
melkpannetjes waren en dat het kookpunt er nooit ineens was maar zich altijd
langzaam opbouwde. Ik ging er met een vaatdoekje overheen en zag mijn
moeder die als ze overkookte, flessen Chardonnay aan de goudvis voerde
daarna de kom aan haar lippen zette, trots zei dat ze al tijden geen druppel meer
dronk. Met stift tekende ik een fornuis voor de pan, sindsdien kun je zelf
de temperatuur instellen. En ik schud mijn hoofd naar de man op straat en hij
lacht als ik zeg dat het punt van breken nooit met drank te maken heeft
maar met het moment waarop glazen elkaar eventjes aanraken.
.















