Site-archief
Onbestelbaar
J.C. Van Schagen
.
Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen ( 1891- 1985) was een Zeeuwse schrijver, dichter en graficus. Hij publiceerde als J.C. van Schagen. Hij debuteerde in 1925 met de bundel ‘Narrenwijsheid’. Vanaf de jaren vijftig publiceerde Van Schagen veel poëzie (bijvoorbeeld Zeeuwse reflexen, 1953) en proza en maakte hij ook steeds meer prenten. Het overgrote deel van zijn werk werd door Van Schagen zelf uitgegeven. Meer dan twintig titels in de reeks Domburgse Cahiers en de serie schriftsels, poëzie en proza, werden verzonden aan honderden liefhebbers.
In 1985 verscheen bij de Prom de verzamelbundel ‘Wat dit blijfsel overbleef’ gedichten. In deze bloemlezing veel gedichten uit de Domburgs cahiers (1963-1975) en Schriftsels (1977- 1985) aangevuld met gedichten die in tijdschriften en losse uitgaven verschenen.
Uit deze bundel het gedicht ‘onbestelbaar I’.
.
onbestelbaar I
.
acht smalle zwarte konten
acht automatiek zwaaiende staarten
acht eendrachtig zwaaiende staarten
sneeuwwit
acht jonge Kalverstraat in conclave
op het weitje achter de stal
ze zien me niet
ik heb geen staart
ik ben niets
beter maar
.
acht jonge meiden onder mekaar
zo gezellig
maar je komt er niet in
.
Rakelings
Ria van Amelsvoort
.
Na het beëindigen van haar loopbaan als docent Frans begon Ria van Amelsvoort (1933) met het schrijven van proza en poëzie. Haar gedichten werden gepubliceerd in verschillende bloemlezingen en haar werk werd bekroond met verschillende prijzen waaronder tweemaal de Dunya Poëzieprijs. Haat taalgebruik is direct en doeltreffend. In 2010 verscheen van haar hand de bundel ‘ Rakelings’. In deze bundel komen thema’s als maatschappelijke betrokkenheid,, liefde, bezinning en aanvaarding aan de orde met name voor mensen met een verstandelijke handicap. Maar ook bespiegelingen op het moderne leven zoals in het gedicht ‘ Draadloos’.
.
Draadloos
.
als losgeslagen scheepjes
dobberen mobielen
op de mensenzee
draadloos aan de schelpen
nemen zij commando’s mee
intiem soms de gedachten
worden in de lucht gelost
.
ik mis het mij ommurende hok
waar ik ingekerfde liefde vond
als ik er te telefoneren stond
.
Leraar
Jan-Willem Overeem
.
Erotiek op zondag en daarom vandaag het gedicht ‘Leraar’ van Jan-Willem Overeem (1942 – 1979). Jan-Willem Overeem was prozaïst, dichter, aforist en docent dramatische expressie en maatschappijleer aan de Toneelacademie te Maastricht. Hij was actief in het Maastrichtse ‘Literair Aksie Komitee’ (LAK), waarin ook beeldend kunstenaar Gèr Boosten, de auteurs Leo Herberghs, Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Ton van Reen, Kees Simhoffer, Miel Vanstreels, Hans van de Waarsenburg en de Finse schrijver Heimo Pihlajamaa actief waren. Overeem was tevens redacteur van Contour (tijdschrift voor Literatuur) en van Kentering (literair tijdschrift).
Op internet zijn een aantal van zijn aforismen te vinden op http://www.woorden.org/quotes/?auteur=Jan-Willem%20Overeem waaronder deze: “Met elkaar naar bed gaan: van de nood een vreugd maken”. Uit de bundel ‘Een hond tussen twee bomen’ uit 1974 het gedicht ‘Leraar’.
.
Leraar
.
hij zou dat meisje willen baden
in lessen van liefde
niet meer dan even spelen
met borstjes en lippen
vrij willen laten in roes
en geritsel van bomen
zoals ze nu droomt
.
ver weg van cijfers en zure
gezichten van vrouwen
die haar rapport bepalen
.
hij zou niet veel met haar willen
al is haar broekje blauw
.
verscheen ze maar niet
in zovele personen –
en wachtte er straks buiten
maar niet zijn zoon op haar
.
Spel en drank
Eric van der Steen
.
In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen. Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.
In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.
.
Spel en drank
.
Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –
wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,
wij spelen verder, al kreeg één de troeven,
dat is de Dood, en hij is groot, wij klein
en blind als paarden in een smalle mijn:
de droomen die wij overnacht behoeven,
zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,
wij drinken om verdooving voor de pijn.
.
God en de goden lachen nu misschien
om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:
de ooren om te hooren, om te zien
twee lichte oogen, maar om te gelooven
niets dan de koele, zorgelooze wijn –
maar ben ik dan een blinde en een doove?
.
Krijgsgewoel
Armando
.
In 1986 publiceerde Armando de bundel ‘Krijgsgewoel’ zijn derde Berlijnse bundel, en misschien wel zijn mooiste. De observaties, beschouwingen en gesprekken zijn het resultaat van Armando’s bijna kinderlijke nieuwsgierigheid naar de bronnen en de sporen van het Duitse oorlogsgeweld. Hij staat stil bij medeplichtige gewassen en schuldige plekken, resten van het geweld. Anonieme getuigen en daders van het krijgsgevoel laat hij aan het woord in aangrijpende, onbecommentarieerde flarden. Is dit poëzie of is het proza? Het onderstaande stuk, gedicht of tekst uit deze bundel vind ik poëtisch en is in mijn ogen een gedicht.
.
Langzamerhand ben ik gaan begrijpen
dat je niet moet schrijven of schilderen
wat je weet. Je zou datgene moeten
schrijven of schilderen wat zich tussen
het weten en begrijpen verbergt.
Een kleine aanduiding, een wenk is
mogelijk, een vermoeden, meer niet, en
dat is al heel wat.
.
Op een dag breekt alles
Marieke Lucas Rijneveld
.
Op zondag 28 januari aanstaande zal Marieke Lucas Rijneveld te gast zijn als voordragend dichter bij de Gedichtendag in Theater Koningshof in Maassluis. Deze middag, waarop ook Rellie Telg (Relliatuur), Bert Blasé en Hans Trompert en een aantal Maassluisse dichters zullen voordragen (waaronder de stadsdichter Jaap van Oostrum) zal ik persoonlijk presenteren.
Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin,De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ dat al heel snle verschillende herdrukken beleefde. In 2018 dus zeer recent verscheen haar eerste roman getiteld ‘De avond is ongemak’.
In 2014 werden in De Revisor’ een paar gedichten van Marieke Lucas geplaatst, in dat zelfde jaar werd ze door door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent van dat jaar.
.
Op een dag breekt alles
Als ik uitstap vraagt een man of ik van bier eerder zal breken
of ik wist dat kroegen net katten waren die overdag sliepen, in de nacht
zich warm om je heen krulden als bladerdeeg in de oven. Ik denk aan de keren
dat ik mijn huis in dronken toestand zag, aan de vreemde pasvormen in de banken
schaafwonden die geen kans op genezing kregen. Aan de vloer die daarna nog
dagenlang zich aan mijn voeten klampte en ik me opsloot omdat de gang beelden
projecteerde van zoenende mensen. Iemand schreef op het behang dat mensen net
melkpannetjes waren en dat het kookpunt er nooit ineens was maar zich altijd
langzaam opbouwde. Ik ging er met een vaatdoekje overheen en zag mijn
moeder die als ze overkookte, flessen Chardonnay aan de goudvis voerde
daarna de kom aan haar lippen zette, trots zei dat ze al tijden geen druppel meer
dronk. Met stift tekende ik een fornuis voor de pan, sindsdien kun je zelf
de temperatuur instellen. En ik schud mijn hoofd naar de man op straat en hij
lacht als ik zeg dat het punt van breken nooit met drank te maken heeft
maar met het moment waarop glazen elkaar eventjes aanraken.
.
Maar we zouden niet vergeten dat
Bert Schierbeek
.
In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972 met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend letterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.
De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.
.
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten
.
















Spiegel van de Surinaamse Poëzie
6 dec
Geplaatst door woutervanheiningen
Michaël Slory
.
De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).
In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.
.
Nachtregen (I)
.
En in de koude regen
het harteleed
dat klaagt.
.
Straatstenen, schaduwen
luisteren niet
waar de nacht woedt,
verloren.
.
Nachtregen (II)
.
In de koude wind
vleermuizenscherts
na regen.
.
De sapotille
is reeds aangevreten
en valt daarna.
.
Nachtregen (III)
.
(kikkers)
.
De koperen blazers
wachten op het orkest.
Maar
het valt niet in.
.
Zelfs de sterren
hebben hun stemrecht
verloren.
.
Nachtregen (IV)
.
(hond)
.
Waf!
Alleen
een diep geblaf.
Van bijten
komt er niets.
.
De regen
houdt hem
ervan af.
Waf!
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Dichter in verzet, Favoriete dichters
5 reacties
Tags: 1970, 1995, dichter, dichter in verzet, Engels, favoriete dichter, gedicht, gedichten, jaren tachtig, jaren zestig, kinderverzen, Meulenhoff Boekerij, Michaël Slory, Nachtregen, Nederlands, Papiaments, poëtisch commentaar, poëzie, politiek, Portugees, proza, sociale actualiteit, Spaans, Spiegel van de Surinaamse poëzie, Sranan, surinaams, Surinaams dichter, Surinaamse poëzie, Surinaamse taal, Suriname, Torent een man hoog met zijn poëzie, van de oude liedkunst tot de jonge dichters, verzen, vier delen, Vietnam, West-Afrikaanse talen, Zuid Amerika