Site-archief
Het persoonlijke is poëzie
Hannes Meinkema
.
Er zijn schrijvers en dichters van wie de namen nog resoneren maar waarvan niemand eigenlijk precies meer weet van welk boek of van welke bundel. Zo’n schrijver/dichter is voor mij Hannes Meinkema (1943). Hannemieke Stamperius (Hannes Meinkema is de naam die ze als pseudoniem gebruikt voor haar proza en poëzie) ken ik als naam van mijn middelbare schoolperiode in de jaren ’70 van de vorige eeuw en dan vooral van haar verhalenbundels en romans. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nooit iets van haar heb gelezen.
Dat ze naast romans en non-fictiewerk (dat onder haar echte naam uitkomt of onder een ander pseudoniem namelijk Justa Abbing) ook poëzie heeft geschreven wist ik al wel toen ik een dubbelgedicht aan haar en T. van Deel wijdde, maar dat het in haar geval tot slechts één dichtbundel is gebleven wist ik (tot vandaag) niet.
Ik kocht de bundel ‘Het persoonlijke is poëzie’ van Meinkema uit 1979, dat werd uitgegeven door Elseviers Literaire serie. In deze kleine bundel slechts 32 gedichten, waarvan ik het gedicht ‘tomaten’ koos.
.
tomaten
.
wat voel ik wat voel ik wat
weet ik over hoe dat moet met
macht
als er
tomaten worden doorgedraaid
terwijl
-deze dingen kunnen niet simpel genoeg worden uitgedrukt-
mensen sterven door honger
en ik een vrouw ben, van wie men verwacht
dat ze in de winkel dagelijks tomaten koopt.
.
Geld maakt tevreden maar niet gelukkig
Anna Achmatova
.
Op het wereldwijde Interweb las ik een artikel over hoeveel geld je nodig hebt om je maximaal gelukkig te voelen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is dat veel minder dan je misschien verwacht. Met een jaarinkomen van rond de € 58.000,- ben je het gelukkigst. Die conclusie trekken tenminste Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en econoom Angus Deaton van de Amerikaanse Princeton University in het blad van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen in 2010. Ze deden dit onderzoek onder 450.000 respondenten. Het geluksgevoel steeg ook met het inkomen, tot een plafond van 58.000 euro. ”Wij concluderen daaruit dat geld tevredenheid koopt, maar geen geluk”, aldus de onderzoekers.
Dit komt overeen met het bedrag dat uit het Nationaal Geluksonderzoek in België uit 2018 komt. Daar was de onderzoeksgroep wel wat kleiner (3770 mensen). Mensen die meer dan dat bedrag verdienen per jaar voelen zich wel meer tevreden maar niet gelukkiger.
Maar waarom plaats je hierover een artikel op je blog over poëzie zal je je afvragen? Ik heb dit opgezocht naar aanleiding van een gedicht van de Russische dichter Anna Achmatova (1889 – 1966). Het betreft hier het gedicht zonder titel dat oorspronkelijk verscheen in literair tijdschrift Tirade nummer 23 uit 1979. In een vertaling van Kees Verheul. In dit gedicht stelt Achmatova dat het krijgen van aandacht en kracht van vele mensen een grotere rijkdom oplevert dan veel geld. Oordeel zelf.
.
Als allen die mij in hun zielsnood
om hulp hebben gevraagd –
alle vrome narren, alle sprakelozen,
invaliden, in de steek gelaten vrouwen,
zelfmoordenaars en dwangarbeiders –
mij ieder één kopeke hadden toegestuurd,
zou ik nu rijker zijn dan ‘wie ook in Egypte’,
zoals Koezmin, de dichter, dikwijls zei…
Maar niemand die mij een kopeke stuurde.
Zij gaven mij een deel mee van hun kracht
en ik werd sterker dan wie ook ter wereld –
zodat zelfs dit mij nu geen moeite kost.
.
Poesie 1
Thom Gunn
.
In de Morvan (Frankrijk) kocht ik in een kringloopwinkel een deel van de in serie uitgegeven pocketbundels ‘Poesie’, in dit geval Nummer 69-70 uit 1979 met de titel ‘La nouvelle Poesie Anglaise’. Het feit dat in dit deel Engelse dichters met Engelse gedichten staan heeft me doen besluiten het bundeltje te kopen. Helaas is mijn Frans dermate slecht dat ik Franse poëzie niet kan lezen, maar Engelse wel. In dit bundeltje gedichten van Seamus Heaney, Adrian Henri, Ted Huges, Philip Larkin, Sylvia Plath en Thom Gunn.
De laatste dichter kende ik wel van naam maar niet van werk en omdat de gedichten (ook) in het Engels zijn opgenomen kocht ik dit bundeltje en ik werd niet teleurgesteld. Het gedicht ‘Courage, a tale’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Jack Straw’s Castle’ uit 1976, bracht meteen een glimlach op mijn gezicht. Reden genoeg dit gedicht hier met jullie te delen.
Thom Gunn (1929 – 2004) was een Engelse dichter die werd geprezen om zijn vroege verzen in Engeland, waar hij werd geassocieerd met The Movement (waartoe ook Philip Larkin behoorde), en zijn latere poëzie in Amerika, zelfs nadat hij naar een lossere, vrij-vers stijl overstapte. Nadat hij van Engeland naar San Francisco was verhuisd, schreef Gunn over homogerelateerde onderwerpen, met name in zijn beroemdste werk, ‘The Man With Night Sweats’ uit 1992, evenals over drugsgebruik, seks en zijn bohemien levensstijl. Hij won grote literaire prijzen; zijn beste gedichten zouden een compacte filosofische elegantie hebben. Of dat ook opgaat voor ‘Courage, a tale’ laat ik aan de lezer over.
.
Courage, a tale
.
There was a Child
who heard from another Child
that if you masturbate 100 times it kills you.
.
This gave him pause;
he certainly slowed down quite a bit
and also kept count.
.
But, till number 80,
was relatively loose about it.
There did seem plenty of time left.
.
The next 18
were reserved for celebrations,
like the banquet room in a hotel.
.
The 99th time
was simply unavoidable.
.
Weeks passsed.
.
And then he thought
Fuck it
it’s worth dying for,
.
and half an hour later
the score rose from 99 to 105.
.
.
Poste Restante
Ellen Warmond
.
In vakantietijd wil ik nog wel eens een ansichtkaart versturen (noem me ouderwets) omdat ik weet dat een kaartje altijd wordt gewaardeerd. Als een kaart of een poststuk vroeger niet bezorgd kon worden dan werd zo’n poststuk bewaard op het postkantoor tot de geadresseerde het kwam ophalen. Dat werd Poste Restante genoemd. Een term die door de manier van post versturen (steeds meer digitaal of, wanneer de geadresseerde niet thuis is via de buren of een afhaalpunt) uit dreigt te sterven.
In 1979 schreef dichter Ellen Warmond (1930 – 2011) nog een gedicht met de titel Poste Restante in haar bundel ‘Tegenspeler tijd’ Een keuze uit de gedichten.
.
Poste Restante
.
Geen enkel woord
geen enkel gedicht
is hier tegen bestand mijn handen
verzenden onbestelbare
telegrammen medeleven
loketten stilte gaan
tussen ons dicht het is
bijna niet langer te dragen
.
in de vitrine van je ogen ligt
de brief die nooit werd afgehaald
vanavond weer ter inzage
.
Hoe je verder moet
Remco Ekkers
Remco Ekkers studeerde Nederlandse taal en literatuur in Groningen waar hij na zijn studie is blijven wonen (in de provincie). Zijn eerste gedichten verschenen in het Groninger satirische tijdschrift ‘De Nieuw Clercke’. In 1979 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel ‘Buurman’. Voor zijn bundel ‘Haringen in de sneeuw’ uit 1985 ontving Ekkers de Zilveren Griffel. Het was de eerste keer dat deze prijs voor jeugdliteratuur naar een dichtbundel ging. Vanaf midden jaren 70 organiseerde Ekkers in Zuidhorn en Leek het poëziefestival Dolersheem. Veertig jaar lang (tot eind 2016) maakte hij deel uit van de redactie van de Gentse Poëziekrant. Ekkers was van 1986 tot 1992 poëziecriticus van De Gids. In de Leeuwarder Courant verzorgde hij tien jaar lang poëzierecensies. In het blad Schrijven verschenen zijn interviews met dichters. Werk van Ekkers werd gepubliceerd in landelijke tijdschriften en lexicons als De Gids, Maatstaf, Tirade, Bzzlletin, De Revisor en Hollands Maandblad.
In Raster nummer 92 uit 2000 verscheen het gedicht ‘ Hoe je verder moet’ van Ekkers en dat vond ik een heel mooi en toepasselijk gedicht om bij dit bericht over zijn overlijden te plaatsen.
.
Hoe je verder moet
.
Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit
.
over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.
.
Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.
.
Zo kom je verder
weg van wat is geweest.
.
Werken
Dubbelgedicht
.
Een dubbel-gedicht over werken, een baan, een carrière, ga er maar aanstaan. Toch wilde ik een twee gedichten vinden die bij deze thema’s aansluiten. En met een beetje fantasie is het gelukt. Het eerste gedicht is van de Rotterdamse dichter Jules Deelder (1944 – 2019). De titel ‘Ogenschijnlijk’ geeft nog niet veel weer tot je bij de tweede strofe bent. Het gedicht komt uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
Het tweede gedicht is van een heel ander soort en geeft in de titel ‘Fin de carrière’ al weg wat de relatie tussen de twee gedichten is. Het gedicht is van de Vlaamse dichter Gust Gils (1924 – 2002) en ik nam het uit zijn bundel ‘Zanger met zuurstofmasker’ uit 1988.
.
Ogenschijnlijk
.
Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.
.
Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.
.
Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand’ren.
.
Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet ver vandaan.
.
Fin de carrière
.
hij moet voor bekeken houden
de vervaarlijke jager
op grof hersenwild
.
en genoegen nemen
met het slapen van de slaap
der onschadelijken voortaan
.
na het in een al te
roekeloze bui verschieten
van zijn laatste denkpatronen
.
totaal witte kamer
Gerrit Kouwenaar
.
Op verzoek van dichter Hans Franse deel ik vandaag een gedicht van Vijftiger Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) hier met jullie. Volgens Hans een van de mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Het gedicht komt uit de gelijknamige bundel ‘Totaal witte kamer’ uit 2002. Volgens Kamiel Choi, Nederlandstalige schrijver van poëzie, essays en satirische vertellingen (1979) zou ‘witter dan samen betekenen dat het witte de essentie van ‘samenheid’ teniet doet. Samen kun je nooit volmaakt wit zijn, we zijn samen bij de gratie van leesbaarheid, van “taal en teken” in het jargon van Kouwenaar.
Hoe dan ook is het een bijzonder gedicht en om Hans (en waarschijnlijk velen) een plezier te doen hier het gedicht.
.
totaal witte kamer
.
Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik
.
dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later
.
en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar
.
dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –
.
Stootwerk
Ayatollah Musa
.
De Rotterdamse dichter, kunstenaar en journalist Ayatollah Musa (1979) is een veelzijdig mens. Afkomstig uit één van de etnische minderheden in Afghanistan de Hazara, geboren Rotterdammer en opgevoed in drie talen (Nederlands, Engels en Urdu). Hij is medewerker aan o.a. Passionate, Payola en Trouw en hij maakt documentaires.
Ik kende zijn naam wel maar kwam erachter dat hij slechts één dichtbundel heeft gepubliceerd en wel de bundel ‘Taj Mahal’ uit 1999. In deze bundel met slechts 27 gedichten verdeeld over drie hoofdstukken (Immortal Beloved, Buurmeisje International en In het land van mijn Vader) komt die verscheidenheid goed naar voren.
Zo komen in het hoofdstuk ‘Immortal Beloved’ namen voor die niet Nederlands zijn (Hoeri, Mumtaz, Jamnu) maar ook in de andere gedichten komt zijn achtergrond naar voren. zoals in de 8 verzen in het hoofdstuk ‘In het land van mijn vader’. Ik wilde juist een heel ander geluid van Musa laten zien zoals in het gedicht ‘Stootwerk’ uit het hoofdstuk Buurmeisje International’.
.
Stootwerk
.
Organen gevoerd
kabels gespannen
kavels getrokken
met een stijve geprikt
de barbell gestoten
.
Tribal dance
ode aan Organon
voor my dearlittlecentrefold testicles
gestoten
.
Kat a
bol
isme in het hoofd
gestoten
Snatched off
afgetrokken
en gestoten
een stijve
380 kg recht omhoog
.
ik heb gewonnen
.
Nog
Roland Jooris
.
Opnieuw kom ik een , mij, onbekende dichter tegen. Dit keer in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Francine Houben van de VSB Poëzieprijs 2017. Het betreft hier de Vlaamse dichter en publicist Roland Jooris (1936). Jooris debuteerde in 1956 met de bundel ‘Gitaar’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1958 volgde ‘Bluebird’. Beide bundels zijn voorbeelden van experimentele dichtkunst. Jooris nam later afstand van deze poëzie want in de bundel ‘Gedichten 1958 – 78 uit 1978 staat geen enkel gedicht uit een van deze bundels. Na deze experimentele bundels ontwikkeld Jooris zich meer als romantisch realistisch dichter. In zijn bundels ‘Het museum van de zomer’ (1974) en ‘Akker’ uit 1982 komt dit goed naar voren.
In 1976 kreeg Jooris de tweejaarlijkse prijs voor poëzie van De Vlaamse Gids en in 1979 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedichten 1958 – 78’. Ook ontving hij in 1981 de Prijs van de Vlaamse Provincies.
Uit de bundel ‘Bladgrond’ uit 2016 komt het gedicht dat in de ‘100 beste gedichten’ is opgenomen.
.
Nog
.
Nabij
toch weer elders
.
Hij raapt op
wat niet gevonden
kan worden
.
Hij hoort iets
wat opspringt uit beduimeld
geblader, uit gefluister
een toets die zich afvraagt
waarom
.
Hij tast naar
een gestommel van
onmondig beramen, hij brengt
het ter sprake
.
Het doorwoelt zich
.













