Categorie archief: Favoriete dichters

Warmte, een woonplaats

Ellen Warmond

.

In deze tijd van polarisatie en het vergroten van de verschillen in denkwijze over van alles, leek het me een goed idee om weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Ik ging op zoek en kwam het gedicht ‘Warmte, een woonplaats’ tegen van Ellen Warmond (1930-2011) in de gelijknamige bundel uit 1961. Want zoals Ellen dicht “want liefde en het besef / van liefde daaraan ontsteken / ogen en stemmen hun licht”. en liefde en licht daar kunnen we wel wat van gebruiken in deze letterlijk en figuurlijke donkere tijden.

.

Warmte, een woonplaats

.

Liefde en het besef
van liefde daartussen bouwen
mensen een warmende woonplaats

.
en sprekende zeggen ze: liefste
open je ogen nu langzaam en eet
ik heb het licht voor je aangesneden
of: open je ogen niet drink nu het donker
ik heb de nacht voor je omgekocht

.
want liefde en het besef
van liefde daaraan ontsteken
ogen en stemmen hun licht
daarin ontbloeien de lippen
daaruit ontstaat het gedicht.

.

De zwarte kat

Bulat Okudzava

.

Dat ik nogal onder de indruk ben van de bundel ‘Gezanten uit Alexandrië, Poëtische vignetten van macht en gezag, een bundel uit 1970 over dichters die in hun poëzie in verzet gaan tegen machthebbers en de macht, mag inmiddels wel duidelijk zijn. Ik schreef al over de bundel zelf en over het gedicht ‘Stalin’ van Osip Mandelstam, en vandaag dus weer een gedicht met een verhaal uit deze bundel.

Het betreft dit keer het gedicht ‘De zwarte kat’ van de Russische dichter, schrijver, muzikant, romanschrijver en singer-songwriter van Georgisch- Armeense afkomst Bulat Okudzhava (1924 – 1997). In de bundel staat in de inleiding van Co de Koning een opmerkelijk en zeer interessant stuk over dit gedicht dat Alexander Münninghoff (voormalig correspondent voor o.a. het NOS journaal in de Sovjet Unie) schreef over dit, door hem vertaalde gedicht.

“Tsjornyj Kot is de titel van het gedicht in het Russisch. Dit is van belang want de beginletters ‘Tsj’en ‘K’,  roept bij iedere Rus direct een begrijpelijke associatie op met de Tsjeka, het ‘Buitengewone Komitee’ dat de sinistere voorloper was van wat later de KGB werd genoemd. Tsjornyj Kot was ook het slangwoord voor de Tsjeka in die jaren. Maar tevens is het duidelijk dat met deze zwarte kat, die zijn glimlach in zijn snor verbergt en wiens gele ogen venijnig op de inwoners zijn gericht, niemand minder dan Stalin bedoeld wordt. De strekking is dan, dat Stalin zo machtig was, dat hij niet eens meer van zijn macht gebruik hoefde te maken om zijn onderdanen onder de duim te houden. In naam beschermt hij hen ( is hij de bewaker van de ingang) maar hij doet in feite niets dan zwijgend (en daarom des te dreigender, want ‘je moet echt niet vergeten dat zijn klauwen dodelijk zijn’) zijn deel opeisen dat iedereen hem dan ook huichelend ‘met een vriendelijk gezicht’ op een presenteerblaadje komt aandragen. ‘Toch’ dat wil zeggen ondanks het feit dat in Rusland alles veilig is (het huis heeft immers een afschrikwekkende bewaker) is het leven er niet vrolijker op geworden. Daar valt niets aan te doen, zelfs het aanbrengen van feestverlichting zal de steeds aanwezige schaduw van de Zwarte Kat niet kunnen verdrijven. De sinistere machthebber in optima forma, zoals je ziet.”

.

De zwarte kat

.

Bij ons hofje is een ingang

wel bekend als ’t “Zwarte Gat”.

Als bewaker van die toegang

hebben wij een zwarte kat.

.

Hij verbergt zichzelf in ’t duister

en zijn glimlach in zijn snor

en je hoort zelfs zijn gefluister

niet in ’t dagelijks kattenkoor.

.

Muizen doodt hij niet. Van ’t leven

worden zij niet meer beroofd.

Voor de worst die wij hem geven

heeft hij ons een kool gestoofd.

.

Zijn gele ogen zijn venijnig

op de inwoners gericht.

Daarom geeft elkeen het zijne

met een vriendelijk gezicht.

.

Muisstil zit hij daar te eten,

maar die kalmte is slechts schijn

want je moet echt niet vergeten

dat zijn klauwen dodelijk zijn.

.

Toch is om een duistere reden

ons leven thuis niet opgewekt…

Maar geld aan lampions besteden

heeft waarschijnlijk geen effekt.

.

The Mersey Sound

Adrian Henri, Roger McGough en Brian Patten

.

In 1967 publiceerde Penguin Books ‘The Mersey Sound’ nummer 10 in The modern poets series. In deze bundel stonden zo’n 100 gedichten van de Liverpoolse dichters Adrian Henri (1932-2000), Roger McGough (1937) en Brain Patten (1946). Van deze bundel zijn meer dan 500.000 exemplaren verkocht, meer dan van welke bloemlezing in het Verenigd Koninkrijk ooit. In 2009 werd in het Victoria Gallery and Museum een tentoonstelling georganiseerd over deze drie dichters en hun kunst. In dat zelfde jaar werd door de universiteit van Liverpool werk aangekocht uit de erven van Adrian Henri, om maar aan te geven hoe belangrijk deze drie dichters zijn (geweest) voor Liverpool en het tijdsgewricht waarin deze bloemlezing werd gepubliceerd.

Liverpool was in de jaren ’60 een brandpunt van de popcultuur. De Liverpool-dichters werkten in een omgeving waar kunst, muziek en literatuur nauw met elkaar verbonden waren. In de gids die bij de tentoonstelling werd gemaakt werd het als volgt omschreven: “Zoals veel jongeren in het Groot-Brittannië van de jaren zestig, werden de Liverpool Poets sterk beïnvloed door de hippie subcultuur van de Verenigde Staten. Jonge Amerikanen kregen lang haar, leefden samen, beoefenden gratis seks en drugsgebruik en woonden massale openlucht muziekconcerten bij. De oorlog in Vietnam, raciale onrust en de druk om zich te conformeren frustreerden hen. ‘Vrede’ en ‘liefde’ waren hun slogans. De dichters uit Liverpool schreven uitgebreid over het onderwerp liefde. Ze onderzoeken de vele vormen van liefde, van korte ontmoetingen en verlangen tot duurzame relaties en verliefdheid. De dichters gebruikten liefde ook als thema voor uitvoeringen, waarbij ze ten minste drie ‘Lovenights’ ensceneerden in het Everyman Theatre. Bij het onderzoeken en uiten van deze fundamentele menselijke emotie probeerden ze hun poëzie voor iedereen toegankelijk te maken. De zomer van 1967 werd uitgeroepen tot de Summer of Love, vernoemd naar een massabijeenkomst in het Golden Gate Park, in San Francisco.”

Het is volgens mij dan ook geen toeval dat het nummer ‘All you need is love’ van de Beatles (geschreven door John Lennon) in dat jaar uit kwam. Dichter Adrian Henri schreef het gedicht ‘Love is…’ dat in ‘The Mersey Sound’ is opgenomen.

.

Love is…

.

Love is…
Love is feeling cold in the back of vans
Love is a fanclub with only two fans
Love is walking holding paintstained hands
Love is

.

Love is fish and chips on winter nights
Love is blankets full of strange delights
Love is when you don’t put out the light
Love is

.

Love is the presents in Christmas shops
Love is when you’re feeling Top of the Pops
Love is what happens when the music stops
Love is

.

Love is white panties lying all forlorn
Love is pink nightdresses still slightly warm
Love is when you have to leave at dawn
Love is

.

Love is you and love is me
Love is a prison and love is free
Love’s what’s there when you are away from me
Love is…

.

Melancholie

Ode aan de melancholie

.

Op de website https://interestingliterature.com/2017/03/10-of-the-best-john-keats-poems-everyone-should-read/ staat een top 10 van de beste gedichten van John Keats (1795 – 1828). nu is een top 10 van beste gedichten samenstellen van een dichter die maar zo kort geleefd heeft minder moeilijk dan van een dichter met een omvangrijk oeuvre maar Keats is een speciaal geval. Vandaag de dag behoren de gedichten en brieven van Keats tot de meest populaire en geanalyseerde teksten uit de Engelse literatuur. Zijn werk verscheen binnen drie jaar (1816 – 1819). Met name zijn odes zijn wereldberoemd. Niet voor niets staan op nummer 1 en 2 in deze top tien twee odes (beide uit 1819).

Ik koos, voor de lengte (Ode on Melancholy is de kortste ode die Keats schreef) en leesbaarheid en voor de sensuele beelden waar Keats bekend om is voor ‘Ode on Melancholy’ dat op nummer twee in de top 10 staat.

.

Ode on Melancholy

.

No, no, go not to Lethe, neither twist
       Wolf’s-bane, tight-rooted, for its poisonous wine;
Nor suffer thy pale forehead to be kiss’d
       By nightshade, ruby grape of Proserpine;
               Make not your rosary of yew-berries,
       Nor let the beetle, nor the death-moth be
               Your mournful Psyche, nor the downy owl
A partner in your sorrow’s mysteries;
       For shade to shade will come too drowsily,
               And drown the wakeful anguish of the soul.
.
But when the melancholy fit shall fall
       Sudden from heaven like a weeping cloud,
That fosters the droop-headed flowers all,
       And hides the green hill in an April shroud;
Then glut thy sorrow on a morning rose,
       Or on the rainbow of the salt sand-wave,
               Or on the wealth of globed peonies;
Or if thy mistress some rich anger shows,
       Emprison her soft hand, and let her rave,
               And feed deep, deep upon her peerless eyes.
.
She dwells with Beauty—Beauty that must die;
       And Joy, whose hand is ever at his lips
Bidding adieu; and aching Pleasure nigh,
       Turning to poison while the bee-mouth sips:
Ay, in the very temple of Delight
       Veil’d Melancholy has her sovran shrine,
               Though seen of none save him whose strenuous tongue
       Can burst Joy’s grape against his palate fine;
His soul shalt taste the sadness of her might,
               And be among her cloudy trophies hung.
.
                                                                                                                              Melancholy (William Blake)

kleine tietjes

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Een dichter waar ik regelmatig aandacht aan besteed, maar dan niet als dichter, maar als samensteller van de dikke verzamelbundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie (samen met Gert Jan de Vries) is Ilja Leonard Pfeijffer (1968). Deze dichter en schrijver is de laatste jaren voornamelijk in beeld als schrijver van zeer succesvolle romans als ‘La Superba’ en ‘Grand Hotel Europa’. Als dichter is hij bij het grote publiek minder bekend maar onder de liefhebbers en lezers van poëzie wel degelijk.

In 2008 verscheen de bundel ‘De man van vele manieren’ verzamelde gedichten 1998-2008 (uit zijn eerste vier bundels). In deze bundel staat het gedicht dat om verschillende redenen mij kan bekoren getiteld ‘kleine tietjes…’.

.

kleine tietjes…

.

kleine tietjes in een strak

regime van petieterigheid met een rokje

wat moet je ermee Ilja?

.

wil je haar soms downloaden

voor je collectie? o ze stapt al op

gelukkig maar

.

zwarte laarzen ook

.

je wilt niet thuis zijn en ook niet naar buiten

en in geen geval kinderen

.

ja rome ach rome

.

dat ligt ook steeds verder weg

.

Geliefde in slaap

Hans Andreus

.

Als ik door de jaren heen blader op mijn blog dan valt me op dat ik in bepaalde perioden bepaalde dichters meer aandacht heb gegeven dan in andere perioden. Aan een paar van die dichters heb ik de laatste jaren of maanden nauwelijks aandacht besteed. Aan de ene kant omdat er steeds weer nieuwe dichters verschijnen die ook aandacht verdienen en aan de andere kant omdat ze een beetje uit mijn vizier zijn geraakt. Ten onrechte moet ik daar meteen aan toevoegen. Het zijn niet alleen Nederlandse dichters maar ook Vlaamse dichters of dichters uit het Engelse taalgebied.

Vandaag een Nederlandse dichter en niet de eerste de beste. Hans Andreus, pseudoniem van Johan Wilem van der Zant (1926 – 1977) schreef het gedicht ‘Geliefde in slaap’ dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 2004.

.

Geliefde in slaap

.

Mijn lief dier slaapt diep en teder,

slaapt loom in het diepste gras

en loopt vederlicht langs de hemel.

.

Haar ogen schijnen voorgoed verdwenen.

Haar mond heeft mijn mond vergeten.

Haar buik glooit nu langzamer rond

en haar tweede mond slaapt tevreden.

.

Mijn lief dier leeft nu in vrede:

iedere adem een dag in de zomer,

elke beweging een strekken in het gras.

.

Maar lopende door de ruimte

met haar twee lachende kinderen,

haar negertjes, haar zwarte ogen,

die alles zien,

.

weet zij niet meer dat zij slaapt hier,

zwaar van aarde, licht van adem, onbereikbaar.

.

 

Wanneer de lente komt

Fernando Pessoa

.

Ik heb op dit blog al vaker gedichten geplaatst van de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Toch ontbrak nog een belangrijk en bijzonder gedicht van zijn hand op dit blog. Een gedicht van troost, van hoop en van realistisch optimisme. De levenscirkel (geboorte, leven, overlijden) komt in dit gedicht mooi tot zijn recht en er wordt door het gebruik van de lente (een nieuwe lente, een nieuw geluid) een tegenwicht geboden aan de zwaarte van de het overlijden. In vele opzichten dus een bijzonder mooi gedicht uit 1915. Uit de bundel ‘De hoeder van kudden’ uit 2003 in een vertaling van August Willemsen.

.

Wanneer de lente komt… 

 

Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

.

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.

.

Oude winter

Glad en wijd ligt het ijs

.

Het zal een paar weken geleden zijn toen de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden (ja dat is de officiële naam) bekend maakte dat de Elfstedentocht dit jaar niet door zou gaan. Op een moment dat er nog geen sprake was van enige vorst, in een snel opwarmende wereld waarin het de vraag is of er überhaupt ooit nog een Elfstedentocht verreden gaat worden vond ik dit een wonderlijk bericht. Men maakte dit bekend in verband met de Corona crisis. Maar bijzonder blijft het wel.

Ik moest hieraan denken toen ik de bundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ De mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999 ter hand nam. Deze bundel met schaatsgedichten, gekozen door Max Dohle en (oud schaatser) Ben van der Burg biedt een mooi overzicht van schaatsgedichten door de tijden heen. Ik koos voor het gedicht ‘Oude winter’ van E. den Tex oorspronkelijk uit de bundel ‘Slagzij’ uit 1942 waarin de dichter een welhaast vooruitziende blik heeft al kan het zijn dat ik de laatste twee zinnen anders lees dan de dichter ze bedoeld heeft. Emile den Tex (1918 – 2012) was de vader van schrijver Charles den Tex, dichter, petroloog, avonturier en prozaïst.

.

Oude winter

.

Mijn vader brak altijd het ijs

vroeg in de winter in de tuin;

wij zochten door het bijtgat schuin

naar goudvissen in ’t stilstaand grijs.

.

En als zijn stok het niet meer brak,

nam hij de schaatsen uit het vet;

de dromen van ons kinderbed

werden als ijsbootzeilen strak.

.

Wij gleden weg naar Ilpendam,

soms stopt’ hij even, las de kaart

en streek wat rijpwit van zijn baard.

Maar ’s avonds zweeg hij in de tram.

.

De tijd dat vader ’t ijs nog brak

is een steeds wijderwordend wak.

.

Herkansing

CPNB

.

De CPNB, Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, stuurde mij dit jaar voor kerst en oud & nieuw een prachtige kaart op A4 met het gedicht  ‘Herkansing’ van Charlotte Van den Broeck. En omdat ik weet dat niet iedereen warme banden met het CPNB onderhoud (dat zou ook vreemd zijn) en dus niet iedereen die prachtige kaart met dito gedicht thuis gestuurd krijgt, wil ik hem hier met jullie delen. Als een indirect Oud en Nieuw cadeau van mij, via de CPNB (dank), voor jullie, mijn lezers.

Ik wens je een heel mooi, poëtisch, gezond en voorspoedig 2021!

.

Grootmoeder

Dubbel-gedicht

.

Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over grootmoeders of oma’s. In deze twee gedichten is heel goed het verschil te lezen tussen hoe er naar een oma werd gekeken rond 1900 en hoe dat was rond het einde van de 20ste eeuw.

Het eerste gedicht is van de Vlaamse dichter Virginie Loveling (1863 – 1923). Virginie Loveling debuteerde, samen met haar twee jaar oudere zuster Rosalie, met realistische, observerende gedichten, die een sentimentele ondertoon hadden. Na Rosalies vroegtijdige overlijden in 1875 schreef ze in hoofdzaak novellen en romans in een vrij sobere en realistische stijl. Het gedicht van Loveling is getiteld ‘Grootmoeders portret’ en komt uit ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige Letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980.

Het tweede gedicht in dit Dubbel-gedicht over grootmoeders en oma’s is van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het gedicht of eigenlijk de liedtekst is getiteld ‘Oma’s’ en ik nam het uit ‘Willem Wilmink verzamelde liedjes en gedichten’.  De tekst is van het nummer ‘Oma’s van de CD ‘Loodzware tassen’ uit 2005.

.

Grootmoeders portret

.

In grootmoeders kamer daar hangt het beeld

uit hare kinderjaren:

Een lachend mondje, peerlenoog

En bruine kroezelharen

.

De kinderen stonden en staarden ’t aan,

En ’t zeî aan het ander:

”Och, waar’ dat schoone kindje hier,

Wij speelden met malkander!”

.

En de oude in haar leunstoel met bril en toer,

Keek op bij deze rede:

”Wie zou dat schoone kindje zijn?…

Gij speelt er altijd mede”.

.

Oma’s

.

Kinderen! Mijn oma komt

en ze blijft wel zeven dagen

en dan is het altijd feest

en ik kan haar alles vragen,

alles wat ik lekker vind,

-Ze verwent je, lieve kind.

.

En mijn oma heeft een brede hoed

en daar kom ik mee naar beneden

en mijn oma lacht erom,

want ze houdt wel van verkleden,

ze vindt mij zo’n leuke vent.

-Omdat oma jou verwent.

.

Oma neemt van alles mee

wat ik heel goed kan gebruiken.

Ze heeft snoepjes in haar tas

die naar odeklonje ruiken,

ze heeft lolly’s en kaneel.

-Ze verwent je veel te veel.

.

Spook en reus en toverheks,

daar kan oma van vertellen

en ze geeft me veel patat

en ze geeft me frikandellen

met een lekkere vette smaak.

-Ze verwent je veel te vaak.

.

Nooit praat oma erdoorheen

als ik ooit een keer wil praten,

Na het eten moet ze vaak

hele kleine windjes laten,

rikketikketikketik.

-Ze bederft je dat vind ik.

.