Site-archief

Dagboek van de toren

Corneille

.

Soms krijg of koop ik een bundel die me in meer opzichten verrast dan alleen door de poëzie die erin is opgenomen. Toen ik ‘Het dagboek van een toren’ van kunstschilder en dichter Corneille (1922-2010) kocht wist ik nog niet wat ik in handen had. Dit boek is uitgegeven naar aanleiding van de jubileumtentoonstelling ‘Poetry, the artist’s muse’ de 20ste verjaardag van galerie Elisabeth den Bieman de Haas, die plaatsvond tussen 25 april en 25 mei 2001. De bundel bevat poëzie van Corneille in het Frans, vertaald naar het Nederlands en Engels door Hepzibah Kousbroek.

De titel van dit boek is ontleend aan een toren genaamd La Peschiera die vier eeuwen oud is en in Italië ligt. Corneille verbleef er sinds 1973 regelmatig. De toren behoorde toe aan een adellijke familie waarvan de laatste telg markiezin Irene de Ciccolini was. Zij woonde er tot haar dood enkele jaren voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Het domein werd na haar overlijden overgedragen aan paters en in de oorlog bewoond door een jonge officier en enige soldaten. Na de oorlog kocht een aannemer uit Ancona het.

Het boek heeft, door de vertalingen maar liefst drie titels: ‘Het dagboek van de toren’, ‘Diary of the tower’ en ‘Journal de la tour’. Achterin het boek staat een tekening van Corneille (in druk uiteraard) van de toren die hij maakte in 1997. Journal de la tour verscheen voor het eerst in 1975 met een vertaling in het Italiaans. In 1981 verscheen een editie uitsluitend in het Frans.

Ik koos voor een gedicht waarin het favoriete dier van Corneille voorkomt; de vogel.

.

De spoorwegovergang luidt

belletjes van Tibetaanse koeien.

Terwijl de stoomtrein

onverpoosd doorhijgt om snel

daar te zijn waar die zachte

hermelijne wezens wachten,

hooggehakt, hun benen in foedralen,

gestrekt met holle rug en licht

wiegend bekken.

De baren van de nacht hebben

bontgekleurde vogels bevrijd en je

hoort de zee onvermoeid

aan de keien van het strand zuigen.

.

Stoeppoëzie

Saint Paul

.

Gedichten op de stoep zijn geen nieuw gegeven. Zo schreef ik al eerder over gedichten op de stoep in Toronto  en in Boston maar in Saint Paul geven ze er toch net weer een andere draai aan. In Saint Paul  (Minneapolis) in de Verenigde Staten is sinds 2008 sprake van verfraaing van de stoepen aldaar middels het aanbrengen van gedichten op stoepen. Dit kunstproject begon in 2008 met de voormalige Public Art Saint Paul City-kunstenaar Marcus Young onder de naam ‘Everyday Poems for City Sidewalks’. Tegenwoordig is dit project verder geëvolueerde in de richting van het aanbrengen van zogenaamde stempels in het beton (stoepen zijn daar van beton) en is er het inzenden en beoordelen van poëzie bij gekomen.

Sidewalk Poetry 2023  zoals het project nu heet, accepteert poëzie-inzendingen in Dakota, Hmong, Somalisch, Spaans en Engels.  Hiermee wordt recht gedaan aan de opmerkelijke culturen en groepen die in de stad aanwezig zijn. Het wordt als een begin gezien, er kunnen er in de komende jaren nog andere talen aan worden toegevoegd. Voor de Sidewalk Poëziewedstrijd 2023 werden schrijvers gevraagd om na te denken over  ‘Network of Mutuality’ of de ‘verbondenheid van alle gemeenschappen’  uit  de brief van Dr. Martin Luther King Jr. uit de gevangenis van Birmingham , en de Dakota-filosofie van Mitákuye Owásiŋ ,  wat ‘al mijn relaties’ of ‘al mijn familieleden’ betekent. ” Wat betekenen deze uitingen van onderlinge verbondenheid voor jou?

Ook de curatoren van deze Sidewalk Poetry wedstrijd zijn van zeer divers pluimage: Kevin Yang (Hmong-Amerikaans), Marian Hassan (Somalisch-Amerikaans), Fong Lee (Hmong-Amerikaans), Thressa Johnson, Aesha Mohamed (Somalisch-Amerikaans), Tanagidan To Win (Inheems Amerikaans) en Michael Kleber-Diggs. Er werden meer dan 200 inzendingen gedaan en uit dit aantal zijn, na een lang beoordelingsproces door juryleden en curatoren, 15 gedichten gekozen, die in de zomer en herfst  van 2023 tot trottoirstempels moesten worden verwerkt en op de trottoirs van Saint Paul werden geplaatst.

Een van de gedichten die werden gekozen is van , de ook hier bekende dichter Anne Sexton (1928-1974). Blijkbaar werd niet alleen actueel werk van levende dichters toegestaan.

.

Of je haar hoort

als de stille ritmische golven

kabbelend op de eroderende kust

of als de dreunende schok van takken

bezwijken onder vers gevallen sneeuw,

slik de storm

generaties terugreiken.

Zij is daar.

Jouw waarheid.

Wacht tot je luistert, volg.

.

Jan Lauwereyns

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Op Poetry International ontmoette ik Jan Lauwereyns (1969), de Vlaamse dichter en neurofysioloog die al jaren in Japan woont. In het gesprek vertelde hij dat hij zich bedient van drie talen; het Japans voor alledag (thuis met zijn Japanse vrouw en kinderen), het Engels (op de universiteit van Kyushu) en het Nederlands voor zijn poëzie. Toen ik ’s avonds naar huis reed vanuit de kop van Zuid in Rotterdam, was er een interview met hem door Lotje Ijzermans in het radioprogramma ‘Nooit meer slapen’ waarin hij nog wat verder inging op die drie talen. Daar vertelde hij dat hij zijn poëzie eigenlijk in zijn moedertaal schrijft, het Antwerps dialect.

Het gesprek met hem en Marieanne Hermans (mede-initiatiefnemer van MUGzine) heeft er overigens in geresulteerd dat hij gedichten aanlevert voor MUG #19 die verschijnt in oktober, waar we natuurlijk zeer verguld mee zijn. Het interview kan ik om meerdere redenen aanbevelen. Bij de opening van Poetry International droeg Jan Lauwereyns het gedicht ‘Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis’ voor uit zijn meest recente bundel ‘Zombie zoekt ziel geno(o)t’ uit 2023. Dat gedicht waarin hij op post moderne manier citeert en parodieërt op werk van de dichters in de titel, deed me denken aan de tentoonstelling in Museum West in de voormalige Amerikaanse ambassade in het centrum van Den Haag, aan de tentoonstelling ‘Gödel Escher Bach’ waar hedendaagse kunstenaars verwijzen naar en citeren uit het werk van deze drie kunstenaars.

.

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Er zijn geen mensen meer, er zijn hormonen, meende Zombie,

.

een tikkeltje filosofisch gestemd, hij had zijn tweede kopje
koffie nog niet op, en altijd is er weer wat anders bietebauw,

.

en boze tweets bejammeren vlotte inflatie, zoveel teddyberen

.

zijn hier dood, weer gaat de wereld als een meisjeskamer dicht,
waar is mijn zielgeno(o)t behalve ergens op de verkeerde plek,

.

ha, dolle hondenglimlach van de pijn, grote heksenangsten

.

van de honger, in ijzeren longen gevangen libretto’s, ik tracht,
beweerde Zombie, op poëtische wijze, dat wil zeggen, de taal

.

in haar schoonheid, mijn heidens altaar, ik nagel je adem en je

.

lichaam neer, het jonge hoofd nog ongeschonden, de trotse
romp nog onverslagen, en legde met een zucht zijn iPad weg,

.

niet het bijten doet zo’n plezier, maar het doorgebeten hebben.

.

Elon Musk ligt te sterven op Mars

Radosław Jurczak

.

Op Poetry International was de Poolse dichter Radosław Jurczak aanwezig als een van de dichters die waren uitgenodigd voor onder andere de openingsbijeenkomst. Na de opening kregen de aanwezigen een bundel met geselecteerde gedichten, waarin tien van zijn gedichten staan in het Pools maar ook in een Engelse vertaling en een Nederlandse vertaling. Tijdens de opening was ik al onder de indruk van het gedicht dat hij voordroeg getiteld ‘Elon Musk umarie na Marise’ of zoals de Nederlandse vertaling luidt ‘Elon Musk ligt te sterven op Mars’.  Jurczak (1995) is een student filosofie, cognitieve wetenschappen en wiskunde aan de universiteit van Warschau.

Jurczak was winnaar van de 21e Jacek Bierezin Nationale Poëziewedstrijd. Hij debuteerde met de bundel ‘Pamięć zewnętrzna’ (Extern geheugen) in 2016, waarvoor hij de Silesius Wrocław Poetry Award ontving. Momenteel werkt hij aan het gedicht ‘Zakłady holenderskie’ (Nederlandse planten). Hij vertaalt ook filosofische teksten. Uit de bundel die mogelijk werd gemaakt door Poetry International, Versopolis en de Europese Unie, het gedicht ‘Elon Musk ligt te sterven op Mars’ in een vertaling van Kris van Heuckelom.

.

Elon Musk ligt te sterven op Mars

Voor Ania Adamowicz

.

Er is geen pijn, er is het licht van medelevende leds.

Er zijn uren van kijken door een gepantserd raam

zoals Netflix kijken in aparte kamers,

.

groen en rood, zonder deur van rood

naar groen. Het is mooi hoeveel dingen er niet zijn.

Er is geen pijn. Er is het licht van medelevende leds,

,

geroezemoes. De transmissie schurkt aan. Daar is de aarde. Zij is de jouwe,

hoewel er geen aarde is: er is kijken naar de aarde

zoals Netflix kijken in aparte kamers

.

met hetzelfde paar ogen (en je wordt bekeken door

alle ogen op aarde. En zij zien: er is vrede,

er is geen pijn). Er is licht van medelevende leds,

.

een gebaar. Het lossen van de blokkade. Een gehoorzaam infuus.

deeltjes door het celmembraam als door een gepantserd raam

(miljoenen Netflix-streams in afzonderlijke kamers)

.

en het kleurig zomerkleedje en de haarvlechtlintjes voor niets

en mars het tsjilpen van de transmissie de raket de zilverrol

er is geen pijn meer er is licht van de medelevende leds

zoals Netflix kijken in aparte kamers

.

Joost Baars

Emily Dickinson

.

Vandaag een dichter van nu over een dichter van toen in de categorie dichters over dichters. Dit keer dichter Joost Baars (1975) over de dichter Emily Dickinson (1830-1866).  Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper. Hij publiceerde ’30 + 30: zestig gedichten uit binnen- en buitenland’ in 2008, ‘Iemand anders’ als chapbook in 2012 en ‘Binnenplaats’ in 2017. Deze laatste bundel werd bekroond met de (laatste) VSB Poëzieprijs, en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh’prijs. Baars draagt regelmatig voor op festivals als Poetry International, Winternachten, Read My World en het Tanta International Festival of Poetry (Egypte)  Zijn gedichten werden vertaald in het Engels, Grieks en Arabisch. Hij schrijft recensies en interviews voor de Poëziekrant en Awater, essays voor Liter en deRecensent.nl en schreef columns over boekverkopen voor hard//hoofd en Boekblad.

.

Emily Dickinson

.

in een huis in amherst, massachusetts

zit emily dickinson.

.

ze denkt aan jou.

.

ze heeft net de boeken gevonden

waar haar gedichten in afgedrukt staan.

.

zit aan haar tafeltje daar.

staart naar de muur

.

en zoekt jouw gezicht.

.

ik loop er rond. lees

de teksten op bordjes:

.

dit is haar nichtje,

dit is haar slaapvertrek,

.

raak dit niet aan. draag

.

een shirt met haar beeltenis.

lijkt niet, zegt ze, alsof

.

ze niet weet hoezeer ze lichamelijk is.

ik zou haar zo graag op willen eten,

.

maar ze is nu op het punt van verdwijnen

.

gekomen, schrijft er

verterend al

.

een andere lezer aan.

.

Haat

Gwendolyn Bennet

.

Gwendolyn B. Bennett (1902 – 1981) was een Amerikaanse kunstenaar, schrijver en journalist die heeft bijgedragen aan ‘Opportunity: A Journal of Negro Life’ , waarin de culturele vooruitgang tijdens de Harlem Renaissance werd opgetekend. De Harlem Renaissance was een intellectuele en culturele heropleving van Afro-Amerikaanse muziek, dans, kunst, mode, literatuur, theater, politiek en wetenschap, gecentreerd in Harlem in New York City, verspreid over de jaren 1920 en 1930.

Hoewel ze vaak over het hoofd wordt gezien, heeft ze zelf aanzienlijke prestaties geleverd op het gebied van kunst, poëzie en proza. Ze debuteerde in 1923 met het gedicht ‘Nocturne’ in Opportunity magazine. Haar gedichten werden in meerdere verzamelbundels opgenomen.

In de bundel ‘The Rag and Boneshop of the Heart’ a poetry anthology uit 1992 is ze opgenomen met het gedicht ‘Hatred’. Deze ruim 500 pagina’s tellende bloemlezing van poëzie van alle tijden en uit alle landen is een fantastische bron voor elke poëzieliefhebber. Hierbij het gedicht in het Engels en in een vertaling van mijn hand.

 

Hatred

.

I shall hate you

Like a dart of singing steel

Shot through still air

At even tide,

Or solemnly

As pines are sober

When they stand etched

Against the sky.

Hating you shall be a game

Played with cool hands

And slim fingers.

Your heart will yearn

For the lonely splendor

Of the pine tree

While rekindled fires

In my eyes

Shall wound you like swift arrows.

Memory will lay its hands

Upon your breast

And you will understand

My hatred.

.

Haat

.

Ik zal je haten

Als een pijl van zingend staal

Door stilstaande lucht geschoten

Bij gelijk tij,

Of plechtig

Omdat dennen nuchter zijn

Als ze geëtst staan

Tegen de hemel.

Jou haten zal een spel zijn

Met koele handen gespeeld

En slanke vingers.

Je hart zal verlangen

Naar de eenzame pracht

Van de pijnboom

Terwijl opnieuw het vuur

In mijn ogen

Je zal verwonden als snelle pijlen.

Het geheugen zal zijn handen 

Op je borst leggen

En je zult het begrijpen

Mijn haat.

.

Lamia Makaddam

Vrijetijdsgedichten

.

De in Tunesië geboren dichter, vertaler. journalist en tolk Lamia Makaddam (1971) ken ik sinds kort. In eerste instantie via Facebook, later via haar bijdrage aan ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie’ die werd samengesteld door Tsjead Bruinja en daarna persoonlijk toen ze kwam voordragen in onze gezamenlijke woonplaats bij Loft in het kader van de poëziemiddagen die de organisatie van Dichter bij de dood organiseert. Die laatste bijeenkomst was bijzonder omdat ze mij daar vroeg of ik haar gedichten in het Nederlands wilde voordragen nadat ze ze eerst zelf in het Arabisch voordroeg. Lamia studeerde Arabische taal en letterkunde. Ze publiceerde vijf dichtbundels in het Arabisch en won in 2000 de El Hizjra Literatuurprijs. Haar werk werd vertaald in het Frans, Koerdisch en Engels. In 2020 verscheen haar eerste bundel in Nederland, vertaald door Abdelkader Benali, getiteld ‘Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf’.

Alle reden dus om haar bundel ‘Vrijetijdsgedichten’ aan te schaffen die begin dit jaar werd gepubliceerd door uitgeverij Jurgen Maas en vertaald werd door Djûke Poppinga. De bundel is fraai vormgegeven met op het omslag een foto van de schrijvende hand van Lamia. En de titel van haar eerste Nederlandse dichtbundel is eigenlijk ook op deze tweede bundel van toepassing. Want dat is wat deze bundel doet, de dichter vinden in elk woord dat ze schrijft. Haar poëzie is heel persoonlijk en is geschreven vanuit haar verleden, haar heden en haar toekomst.

Opvallend aan de gedichten is dat je bij een eerste doorbladeren van de bundel niet meteen denkt aan een dichtbundel. De gedichten zijn zonder titel, ze beslaan soms twee pagina’s en zijn als tekstblokken opgeschreven (met uitzondering van een paar gedichten die qua vorm wel meer lijken op wat wij herkennen als gedicht). Nu weet ik dat steeds meer dichters de vorm loslaten en meer proza-achtige gedichten schrijven. Maar Lamia weet hier toch nog een extra dimensie aan te geven.

De gedichten zijn een mengeling van herinneringen, ervaringen, dromen, wensen en verwachtingen en spelen zich vrijwel allemaal af in de directe omgeving van de dichter, haar woning en haar gezin. Maar er zijn ook de herinneringen aan haar ouderlijk huis, haar vader en moeder, haar geliefde en haar land van herkomst. Lamia richt zich in haar gedichten steeds direct tot de lezer waardoor ze een zekere intimiteit weet te scheppen die je niet vaak vindt bij dichters.

Als er al een thema leidend is in deze bundel dan is het denk ik alles wat met kijken, zien, ogen (en hun tranen) en de zintuigelijke visuele waarneming te maken heeft. In vrijwel elk gedicht wordt er al dan niet subtiel naar verwezen, komt het zijdelings aan de orde of is het het onderwerp. Het kijken, het zien, het afnemen van het zicht (tot aan een glazen oog toe). het wordt allemaal beschreven. De poëzie van Lamia is sowieso heel zintuigelijk, ook het voelen, het proeven, ruiken en het luisteren komen terug in haar poëzie.

De poëzie van Lamia is een wonderbaarlijke mix van het bovengenoemde gecombineerd met bespiegelingen en gedachten over de persoon van de dichter, boeken en de liefde. In het gedicht op pagina 18 komt dit allemaal bijeen.

.

Ik was nog een klein meisje, toen een van hen mijn hand pakte en in

zijn broek stak.

Die hand is nooit meer teruggekomen.

Ik schreef poëzie, maar kreeg hem niet terug.

Ik plantte bomen, maar kreeg haar niet terug.

Ik heb haar zelfs niet gevonden toen ik mijn tranen droogde.

Maar vandaag heb ik haar terug gevonden.

Ik hief mijn hand op en zwaaide naar het kleine gezichtje dat tegen de

ruit van de schoolbus was gedrukt

die wegreed.

In de regen en de mist

zag ik mijn hand, levend, ademen,

klein, zoals ik haar had achtergelaten.

 

Ik heb deze bundel met heel veel plezier in één keer uitgelezen. De poëzie van Lamia pakt je vast en neemt je mee. Wat mij betreft een echte aanrader.

.

 

Daar begint de poëzie

Charlotte Van den Broeck

.

Pas geleden kocht ik in een tweedehandsboekenwinkel een drietal bundels uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Het betreft hier de edities 2013, 2014 en 2016. In deze bundels zijn de beste 100 gedichten opgenomen van elke editie. In 2013 deden er meer dan drieduizend dichters mee met in totaal bijna tienduizend gedichten. Wanneer je dan tot de beste 100 gedichten geraakt, dan kun je ervan uitgaan dat er kwaliteit wordt geleverd.

En dat klopt. Lezend in de 2013 bundel viel me op dat er dichters meededen die jaren later bekende, gepubliceerde en ‘gearriveerde’ dichters zijn. Een kleine greep uit de deelnemers uit 2013 leverde de volgende namen op: Wout Waanders, Lize Spit, Ingmar Heytze, Luuk Gruwez en Charlotte Van den Broeck. Voorwaar niet de eerste de beste. Ook in de andere edities staan zeer bekende namen maar daar zal ik later aandacht aan besteden.

In 2013 deed zoals geschreven Charlotte Van den Broeck (1991) mee. Van den Broeck  behaalde een Master Engelse en Duitse Letterkunde aan de Universiteit Gent en een Master Drama (Woordkunst) aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen voor ze in 2015 debuteerde met de dichtbundel ‘Kameleon’ (dus twee jaar nadat ze meedeed aan de Turing gedichtenwedstrijd). Deze bundel werd bekroond met de Herman De Coninck Debuutprijs. In 2017 verscheen ‘Nachtroer’, waarvoor ze de driejaarlijkse Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige bundel kreeg. Haar poëzie werd vertaald naar het Duits, Frans, Engels, Spaans, Afrikaans en Servisch.

In 2020 schrijft ze het Poëzieweek essay ‘Cosmos, Texaco’ en in 2021 komt haar derde dichtbundel uit getiteld ‘Aarduitwrijvingen’. In ‘Daar begint de poëzie’ de 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd is haar gedicht ‘Jubileum’ opgenomen.

.

Jubileum

.

Wij twee herhalen niet meer,

Ik geloof niet in een convergerend heelal.

Kilometers onder de korst wist men het allang:

er bestaat een punt waarop de aarde roodverbrand zijn rondheid bewijst.

Zo zullen ook wij op een dag samenvallen op eenzelfde as:

amper man, bijna vrouw met een uniseks regenjas.

.

Wij twee kennen geen evenbeeld

uit aarde en klei zouden ze jou niet zijn.

Geen jaren in geen baard, niet het grijs op je boterhammen.

Die foto op de koelkast met je blik

die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden, in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

Als je iets niet uitspreekt, is het niet noodzakelijk gebeurd.

‘Ons’ is een bezittelijk voornaamwoord, dat we evengoed kunnen zwijgen.

Een huis gebouwd uit taal met oneindig veel andere namen.

Het is moeilijk wonen in drie letters.

Er is zo weinig plaats.

.

foto: Kioni Papadopoulos

 

De geleerden

W.B. Yeats

.

In een tijd waarin de wetenschap en wetenschappers onder druk van allerlei mensen die denken dat wetenschap ‘ook maar een mening is’ (zalig zijn de armen van geest) is een gedicht over geleerden natuurlijk mooi om te delen. Totdat ik het gedicht las, ik heb het hier over het gedicht ‘The Scholars’ of zoals het in de vertaling van Ivo van Strijtem heet ‘De Geleerden’ van William Butler Yeats (1865 – 1939) uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010, en me realiseerde dat het hier niet gaat over alwetende (of moet ik hier spreken van altijd twijfelende) geleerden maar over de kloof die er altijd is tussen generaties geleerden.

Aan de ene kant de oude, eerbiedwaardige geleerden en aan de andere kant de jonge honden die de kennis en waarden van deze oude geleerden (mannen in dit gedicht) tarten en uitdagen. Met aan het einde van het gedicht de verwijzing naar de Latijnse lyricus Gaius Valerius Catullus (ca. 84 – tussen 54 en 47 v.Chr.) die in zijn tijd tot de meest moderne onder de antieke dichters werd gezien, waarmee Yeats zijn duidelijke mening geeft over literaire critici. Een korte analyse van dit gedicht staat hier

Ik plaats het gedicht hier in het Engels en in de vertaling voor wie het Engels niet (voldoende) machtig is.

.

The Scholars

.

Bald heads forgetful of their sins,

Old, learned, respectable bald heads

Edit and annotate the lines

That young men, tossing on their beds,

Rhymed out in love’s despair

To flatter beauty’s ingnorant ear.

.

All shuffle there: all caught in ink;

All wear the carpet with their shoes;

All think what other people think;

All know the man their neighbour knows.

Lord, what would they say

Did their Catullus walk that way?

.

De Geleerden

.

Kaalkoppen, eerbiedwaardig, oud,

Geleerd, zich van geen kwaad bewust

Kijken ieder woord na van wat

Jonge mannen in een bed van onrust

Rijmden, liefdeswanhoop zat,

Waar schoonheid geen oren naar had.

.

Zij schuifelen, kuchen in inkt,

Verslijten sloffend het tapijt;

Zij vinden wat een ander vindt,

Kennen de mensen die hun buurman kent.

God, verbeeld je maar hun ego,

Liep hun Catullus dan ook zo?

.

Wys my die plek

Zuid Afrikaans dichter

.

Christian Frederik Louis Leipoldt (1880 -1947) was dichter, toneelschrijver, arts, verslaggever en voedselexpert. Hij was een van de leidende figuren in de poëzie van de Tweede Taalbeweging. De slogan van het Afrikaanse Taalgenootschap dat de Tweede Taalbeweging was gestart was “Afrikaans schrijven en spreken, Hollands leren, allebei lezen”. De beweging was vooral gericht tegen de om de verengelsing van het Zuid-Afrikaanse volk – iets dat toen ook al een actueel onderwerp was – tegen te gaan.

Behalve poëzie schreef Leipoldt romans, toneelstukken, verhalen, kinderboeken, kookboeken en een reisdagboek. Hij wordt gerekend tot de grootste Afrikaanse dichters. Van zijn hand is het onderstaande titelloze gedicht dat ik voor de liefhebbers in de Nederlandse vertaling en in het Afrikaans heb opgenomen.

.

Toon me de plaats waar we naast elkaar stonden,
Eens, toen je de mijne was –
Vroeger, voordat je liefde voor mij stierf,
Vroeger, toen je de mijne was.
Kijk, zij is hetzelfde: de zilveren zee
Schittert in de zonnestralen, net zoals zij voorheen
Eens schitterde, als een welkom
Voor onze liefde die standhoudt en alles goedmaakt.

.

Toon me de plaats waar we samen knielden,
Eens, toen je de mijne was –
Vroeger, toen één ziel ons samen hield,
Vroeger, toen je de mijne was.
Kijk, hij is hetzelfde: de hemel, zo blauw,
Lacht ons net als voorheen toe,
En blijft stralen als een welkom
Voor onze liefde die standhoudt en alles goedmaakt.

.

Toon me de plaats waar we samen liepen,
Eens, toen je de mijne was –
Vroeger, toen onze harten zoveel hoopten,
Vroeger, toen je de mijne was.
Kijk, het is hetzelfde! Behalve voor jou.
Wie van ons heeft het meeste leed te dragen?
Jij, die bent vergeten – of ik, die moet boeten
Voor mijn liefde die standhoudt en alles goedmaakt?

.

En in het Afrikaans:

.

Wys my die plek waar ons saam gestaan het,
Eens, toe jy myne was ?
Vroeer, voor jou liefde vir my getaan het,
Vroeer, toe jy myne was.
Kyk, dis dieselfde: die silwer see
Blink in die sonskyn, soos lang verlee
Dit eenmaal geblink het, ’n welkomsgroet
Vir ons liefde wat uithou en alles vergoed.

.

Wys my die plek waar ons saam gekniel het,
Eens, toe jy myne was ?
Vroeer, toe een siel vir ons saam besiel het,
Vroeer, toe jy myne was.
Kyk, dis dieselfde; die hemel, blou,
Lag soos voorheen op my en op jou
Dit skitter nog altyd ?n welkomsgroet
Vir ons liefde wat uithou en alles vergoed.

.

Wys my die plek waar ons saam geloop het,
Eens, toe jy myne was ?
Vroeer, toe ons harte nog soveel gehoop het,
Vroeer, toe jy myne was.
Kyk, dis dieselfde! Net jy nie. Vra,
Wie van ons twee moet die meeste dra?
Jy, wat vergeet het ? of ek wat boet
Vir my liefde wat uithou en alles vergoed?

.