Site-archief

Flanders Literature

Albert Bontridder

.

Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.

Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’. 

Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.

Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.

.

Overweging

.

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

.

 

Genoeg

Theo Olthuis

.

Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).

Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een  alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.

Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).

Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.

.

Genoeg

.

Er is op iedereen gerekend

De aarde is gastvrij

Eén grote ronde tafel

Pak een stoel en kom erbij

Tast maar toe, wees niet bang

Er is genoeg voor iedereen

Schep maar op en ga je gang

.

O ja, ‘k zou het haast vergeten

Eén ding moet je even weten

Anders loopt het in de soep

Dan gaat het helemaal mis

Er is genoeg voor iedereen

Maar neem niet meer dan nodig is!

.

De keizer van het roomijs

Wallace Stevens

.

De Amerikaanse dichter Wallace Stevens (1879-1955) is geen onbekende op dit blog. Zijn naam wordt genoemd bij berichten over metafysische poëzie, en dichters als Adrienne Rich (1929 – 2012) en Naomi Shihab Nye (1952). Maar tot een blogbericht over deze Amerikaanse modernistische dichter is het (nog) niet gekomen. Daar komt vandaag verandering in.

Wallace Stevens studeerde aan Harvard en vervolgens aan de New York Law School , en bracht het grootste deel van zijn leven door als leidinggevende bij een verzekeringsmaatschappij. Zijn eerste gedichten schrijft hij in die periode in zijn vrije tijd. In 1923 publiceert hij  ‘Harmonium’, gevolgd door een licht herziene en aangepaste tweede editie in 1930. Hierna verschijnen onder andere ‘Ideas of Order’ (1933),  en ‘Transport to Summer’ (1947). In de laatste jaren van zijn leven verschijnen nog ‘The Auroras of Autumn ‘(1950) en  ‘The Collected Poems of Wallace Stevens’ (1954). In totaal verschijnen er bij leven zeven bundels van zijn hand.

Veel van zijn gedichten behandelen de kunst van het maken van kunst en in het bijzonder poëzie. Zijn ‘Collected Poems’ (1954) won in 1955 de Pulitzerprijs voor poëzie. Zijn biograaf noemt als filosofen-dichters waarmee Stevens zich mag meten  Ezra Pound (1885-1972), T.S. Eliot (1888-1965) en  John Milton (1608-1674). E.E. Cummings (1894-1962) wordt door deze biograaf ‘een schaduw van een dichter’ genoemd. Zo zie je maar dat ook biografen het heel erg bij het verkeerde eind kunnen hebben.

Uit de bundel ‘Vir die bysiende leser / Voor de bijziende lezer’ uit 2000 in een vertaling van Tom van de Voorde hier het gedicht ‘De Keizer van het Roomijs’ of The Emperor of Ice-Cream’ zoals de Engelse titel luidt.

.

De Keizer van het Roomijs

.

Roep de man die dikke sigaren rolt,

Die met al zijn spieren, en zeg hem klop

Ritse klodders room in keukenkommen op.

Laat de deernen dreutelen in het soort kleren

Dat zij gewoon zijn te dragen, en laat de jongens

Bloemen brengen in de kranten van verleden maand.

Laat zijn finale zijn van schijn.

Alleen de keizer van het roomijs kan keizer zijn.

.

Haal uit het dennenhouten dressoir,

Dat drie glazen knoppen mist, het laken

Waarop ze ooit paustaartjes borduurde

En vouw het zo open dat haar gezicht is bedekt.

Als haar eeltige voeten er onder uitsteken, komen z\e

Tonen hoe koud ze is, en stom.

Zorg dat de lamp haar goed beschijnt.

Alleen de keizer van het roomijs kan de keizer zijn.

.

Elmina

Bernice Vreedzaam

.

Ongeveer 20 jaar geleden was ik met mijn gezin op vakantie in Ghana, het land in West Afrika van waaruit de Nederlanders schepen vol slaafgemaakte verstuurden naar Amerika. Aan de kust van Ghana liggen een aantal forten van waaruit dit gebeurde en het grootste en belangrijkste fort ligt in Elmina. Het werd door de West Indische Compagnie (WIC) geëxploiteerd als het grootste fort van waaruit slaafgemaakt op schepen werden gezet, volgens schattingen duizenden per jaar. Beneden in het fort is een ruimte van waaruit de slaafgemaakte door de ‘deur van geen terugkeer’ moesten lopen naar de schepen van de WIC. Deze ruimte was één van de meest indrukwekkende van dit enorme fort.

Ik begin hierover om enige duiding te geven aan het gedicht ‘Elmina’ uit de nieuwe bundel van schrijver en dichter Bernice Vreedzaam (1972) ‘De vogelgrens oversteken’ uit 2025. Naar aanleiding van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname schreef zij deze bundel, waarin ze aan de hand van haar eigen geschiedenis, die van de Marrons, laat zien hoe de geschiedenis voort leeft, over landsgrenzen en generaties heen. Marrons zijn gevluchte Afrikaanse tot slaaf gemaakte, die in stamverband in de ontoegankelijke oerwouden of binnenlanden gingen leven en hun afstammelingen.

In de nieuwe bijzondere bundel ‘De vogelgrens oversteken’ staat het gedicht ‘Elmina’ dat verwijst naar een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.

.

Elmina

.

Forsgebouwd voor goud, een oud

melaats fort, waar bastaarden zich verdringen,

ze zingen voor vreemde goden

slaan op vervaagde dagen op onheilige gongs

.

Een vormig bolwerk waar rottende oogkassen

van aangespoelde schubbenmaskers kussens kloppen

de wacht houden naast die met dronkengeweren leunen

tegen de poorten van de roetige binnenplaats

.

Waar dochters en zonen hun laatste adem inhielden,

vege muren en een grasmat van gevederde jurken slepen

keldergang huilt tochtig wurgt in haar kreten

razernij paradeert in een ooghoek

.

Probeer het niet, Muze, de al te avontuurlijke,

niets is meer in zilte regenbuien die jouw vrienden omringen,

of in de klei baden of op warse grondritueel te verspillen.

Als de dood zijn pijl stuurt, haast het kind zich naar het sterfelijk uur.

.

Activiteiten in de Poëzieweek

Koninklijke Bibliotheek

.

Van 29 januari tot 4 februari is de Poëzieweek in Vlaanderen en Nederland. In de weken tot het begin van de Poëzieweek zal ik regelmatig een activiteit eruit kiezen, hier belichten en voorzien van wat extra informatie. Vandaag een activiteit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag die begint op 15 januari en eindigt op 28 februari. Je zal zien dat veel activiteiten zich niet strikt aan de Poëzieweek houden en dat is natuurlijk prima, ik pleit al veel langer voor een Maand van de Poëzie zoals in de Verenigde Staten het geval is..

De collectie van de Koninklijke Bibliotheek bevat duizenden dichtbundels. In de expositie naar aanleiding van de Poëzieweek kun je onder andere gedichten bewonderen die door kunstenaars zijn geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s. Zo worden de gedichten niet alleen een plezier om te lezen, maar ook om naar te kijken. Er is gekozen voor een selectie van 15 vrouwelijke dichters die allemaal belangrijke prijzen hebben gewonnen, zoals de P.C. Hooft-prijs.

Tijdens de Poëzieweek zelf organiseert de KB 2 leuke programma’s. Deze staan in het teken van punk-, pop- en performancedichter Diana Ozon en de vertegenwoordiger van spoken word en afscheidnemend Dichter der Nederlanden Babs Gons. Hun werk vind je ook in deze expositie. Daarnaast wordt werk van Ellen Deckwitz (1982), schrijfster van het poëziegeschenk 2026 getoond. Op de achterwand kun je bijzondere uitgaven van enkele generaties dichters bekijken, van Judith Herzberg (1934) en Hagar Peeters (1972) tot Hannah van Binsbergen (1993). Hun gedichten werden door kunstenaars geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s.

De expositie is gratis toegankelijk en te vinden in Club Erasmus op de eerste verdieping. Van de genoemde dichters koos ik Ellen Deckwitz (als dichter van het Poëzieweek geschenk). Uit Het Liegend Konijn, nummer 1 uit 2014  met als thema Oorlog koos ik haar gedicht ‘2011, Amsterdam’.

.

2011, Amsterdam

.

In dit hoekje ziet u luitenant Barney, die heeft PTSS

omdat hij zoveel schreeuwt. In de volgende zaal

vindt u de vrouw die altijd gelijk met het luchtalarm

afgaat.

.

Natuurlijk waren er kwade tongen die beweerden

dat het regelen van een levensverzekering minder

voorstelde dan het waarborgen van zeg maar

een pollepel uit het Derde Rijk, wel

.

de pers noemde de bejaardententoonstelling

een prachtige expo van live beelden.

.

Een prachtige expo van afbrandende opnames,

in dit hoekje vindt u een brandslang, ook

achter glas.

.

MUG

Nieuw onderdeel en voortgang

.

Toen ik in 2016 in Engeland op vakantie was en ik daar in de hal van een museum in Nottingham was, zag ik in een kast bij de bookshop tussen de folders een aantal kleine, zelfgemaakte minitijdschriftjes. Ze waren van kunstenaars en dichters die ze zelf hadden gemaakt, gestencild en van een nietje voorzien. Ik vond dit meteen een heel charmante manier van je kunst of poëzie onder de mensen verspreiden. Ik schreef hier al eens over in een blogbericht naar aanleiding van het jubileumnummer van MUGzine (nummer 25).

Ik moest hieraan denken toen ik dit blogbericht ging schrijven. In de loop van de jaren (we zijn inmiddels aan jaargang 6 bezig) is de MUG (zoals wij MUGzine noemen) veranderd. Van vormgeving, maar ook als het gaat om de inhoud. We proberen steeds opnieuw een insteek te zoeken die we niet eerder hebben gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de uitgave met de winnaars van de Rob de Vos poëzieprijs, de uitgave naar aanleiding van het Kunst- en Poëziefestival Raamwerk | Dichtwerk maar ook een nieuwe rubriek als Muggenbeet of de specials (n.a.v. de Poëzieweek 2024, de Luule special).

De nieuwste poot van onze mug is het Muggedicht. Hierover zeer binnenkort meer. In MUGzine #28 werd de aftrap van deze nieuwe rubriek verzorgd door Eric Vandenwyngaerden met het gedicht ‘1999’.  Wij, de makers van MUG zijn al druk bezig met de inhoud van #29. De richting zal zijn ‘Souvenirs’ fysiek en als herinnering. MUG #29 zal medio oktober verschijnen.

Ook in het Afrikaans wordt gedicht over muggen getuige het gedicht ‘Muskiete-jag’ van dichter A.D. Keet (1888-1972), uit de bundel ‘Gedichte’ uit 1925.

.

Muskiete-jag

.

Jou vabond, wag, ek sal jou kry,

Van jou sal net ’n bloeknol bly

Hier op my kamermure

Deur jou vervloekte gonsery,

Deur jou gebijt en plagery

Kon ek nie slaap vir ure.

.

Mag ek my voorstel, eer ons skei,

Eer jy di doodslag van my kry-

My naam is van der Merwe.

Muskiet, wees maar nie treurig nie,

Wees ook nie so kieskeurig nie,

Jy moet tog ééndag sterwe.

.

Verwekker van malaria,

Sing maar jou laatste aria-

Nog een minuut vir grasie.

Al soebat jy nóg so lang,

Al sé jy ook: ek is nie bang,

Nooit sien jy weer jou nasie…

.

Hoe sedig sit hy, O, die kreng!

Sy kinders kan maar kanse breng,

Nóu gaan die vabond sterwe…

Pardoef! Dis mis! Daar gaan hy weer!

Maar dóód sal hy, sowaar, ek sweer-

My naam is van der Merwe.

.

 

Toasten op de liefde

James Bertolino  

.

Op zoek naar onbekende liefdesgedichten, de mooiste en bekendste zijn er meer dan genoeg, kwam ik op een website over huwelijksgedichten. Nu zijn er vele manieren om met een gedicht een huwelijk op te fleuren maar de meeste zijn op zijn zachtst gezegd nogal ‘plat’ of clichématig. Maar ik kwam ook een gedicht tegen van de Amerikaanse dichter James Bertolino (1942).

Bertolino is de auteur van 30 boeken en chapbooks met poëzie en proza. Hij debuteerde in 1968 met twee chapbooks, ‘Day of Change’ en ‘Drool’. Een chapbook is een klein dun boekje, vaak een verzameling gedichten of korte teksten en bevatten meestal een beperkt aantal pagina’s (vaak tussen de 16 en 40). Ze zijn daardoor ideaal voor het bundelen van een kleine collectie gedichten of een enkele kort verhaal. In zijn latere carrière als dichter zou hij naast een aantal bundels vooral nog vele chapbooks publiceren. Bertolino werd al vroeg in zijn carrière veelvuldig gepubliceerd en in de loop der jaren is zijn werk verschenen in meer dan 100 tijdschriften en meer dan 40 bloemlezingen.

Als redacteur was hij medeoprichter van het literaire tijdschrift Abraxas en de Cincinnati Poetry Review , en was hij lid van de redactieraad van Ithaca House. In 1972 richtte hij Stone Marrow Press op, dat zijn eigen werk en dat van andere dichters publiceerde.

Op de website over huwelijkspoëzie vond ik het gedicht ‘A Wedding Toast’ dat verscheen in zijn bundel ‘Ravenous Bliss’ uit 2014. Dit gedicht overstijgt het cliché van het romantische huwelijksgedicht en kan ook als gewoon liefdesgedicht gelezen worden.

.

A Wedding Toast

.

May your love be firm,
and may your dream of life together
be a river between two shores—
by day bathed in sunlight, and by night
illuminated from within. May the heron
carry news of you to the heavens, and the salmon bring
the sea’s blue grace. May your twin thoughts
spiral upward like leafy vines,
like fiddle strings in the wind,
and be as noble as the Douglas fir.
May you never find yourselves back to back
without love pulling you around
into each other’s arms.
.

Paarden

Rutger Kopland

.

Regelmatig trek ik een dichtbundel uit mijn boekenkast om wat in te lezen, inspiratie op te doen of gewoon om te genieten van mooie poëzie. Sinds ik in de categorie ‘Uit mijn boekenkast’ de ‘blind gepakt’ serie ben begonnen merk ik dat me dat zo goed bevalt dat ik het nu ook vaker doe. Want ik heb inmiddels zoveel poëziebundels en die heb ik niet allemaal van voor tot achter helemaal gelezen.

Nu pakte ik uit de bundels van Rutger Kopland (1934-2012), ja van sommige dichters staan de bundels bij elkaar, nog lang niet van allemaal maar ik zoek me soms een slag in de rondte op zoek naar een gedicht of bundel, ‘Dankzij de dingen’ uit 1989. Een kleine bundel van slechts 42 pagina’s maar met zulke mooie gedichten. Ik schreef al eerder over de bundel in de categorie ‘dichter over dichter’ maar nu bleef ik hangen bij het gedicht ‘Paarden’. Ik was in de veronderstelling dat ik al eens over dit gedicht geschreven heb en wat ik dan doe is het op mijn blog opzoeken.

Niets bleek minder waar, het gedicht waar ik aan dacht is getiteld ‘Tegen het krakende hek’ en komt uit de bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’ uit 1972, waarin paarden ook een hoofdrol spelen. Daarom hier het gedicht ‘Paarden’.

.

Paarden

.

Hun schichtige hoofden in de mist,

had ik niet geweten wie ze waren,

.

ik had gedacht dat het niet meer

was dan de droom van bij elkaar

.

zijn in een weiland in de winter,

maar ik wist het, ik kende hen.

.

Ze waren gekomen uit een verleden,

aarzelden, en keerden daar in terug.

.

Sweet Bahnhof

Wilfred Smit

.

Wilbinus Hendrik Coenraad Smit (1933-1972) of Wilfred Smit onder welke naam hij beter bekend was, moet wel een van de meest bijzondere voornamen hebben die ik ooit gelezen heb. Wilbinus is niet een naam die ik ooit eerder hoorde of las. Smit werd geboren in Nederlands-Indië en op 15 jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland.  Hij studeerde vanaf 1953 Slavische taal- en letterkunde in Leiden. In 1969 werd hij docent geschiedenis van de Russische Letterkunde.

In 1959 debuteerde Wilfred Smit met de bundel ‘Een harp op wielen’. In 1963 volgde de bundel ‘Franje’ en in 1971 ‘Verzamelde gedichten’. Een jaar later stierf hij op jonge leeftijd aan een hersentumor. Weinig mensen zullen deze dichter kennen van naam en of van werk. Toch heeft een gedicht van Smit uit 1956 enige vorm van eeuwigheidswaarde gekregen. In 1983 verscheen dit gedicht in een Themanummer van BZZLLETIN 110 en een jaar later, in 1984, werd dit gedicht door de Nederlandse popband The Nits gebruikt voor hun lied “Adieu Sweet Bahnhof”, en dan vooral de twee na laatste zin. Dit nummer werd een grote hit in Nederland.

.

Sweet bahnhof

.

Drijft men dan steeds verder

uit elkaar? het afscheid schuift

een opdringerige oom tussen ons in.

sluit de ogen af- ja dit is vlucht,

een handvol kaarten laten vallen

omdat men in onze vingers knipt.

wurg alle lichten – rasse schreden

maakt mijn vertrek, reusachtig,

als op stelten wadend door de mist.

adieu adieu sweet bahnhof –

een convooi melaatsen wacht

in alle stilte de nalaatste trein.

.

 

Gelijk de Phoenix

Jaap van Yperen

.

Van mijn collega kreeg ik een, door de bibliotheek Rotterdam, afgeschreven tijdschrift met de titel ‘Vlaardingen vooruit’ dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de grote tentoonstelling , welke gehouden werd van 3 tot en met 14 augustus 1946. Volgens het redactionele stukje voorin had dit blad tot doel de ontwikkeling der gemeente Vlaardingen in de loop der jaren te demonstreren. Van een klein vissersdorp aan de Maas werd Vlaardingen tot de derde (!) zeehaven van Nederland en een belangrijk industriecentrum.

Toen ik dit las moest ik meteen aan iets denken uit 1997. In dat jaar werd ik directeur van de bibliotheek Maassluis en Maasland. In de bibliotheek stond een kast vol boeken in het Fries. Ik verwonderde mij hierover en mijn collega’s wisten mij ook niet meer te vertellen dan dat er veel vraag was naar Friese boeken. Later begreep ik dat na de tweede wereldoorlog er heel veel mensen uit het noorden van Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) naar het Rijnmond gebied waren getrokken omdat er hier heel veel werk was te vinden. Het belangrijke industriecentrum in Vlaardingen zal hierin ongetwijfeld een rol hebben gespeeld.

Terug naar ‘Vlaardingen vooruit’. Op pagina drie onder het redactioneel commentaar en de woorden van de toenmalige burgemeester is een gedicht geplaatst van ene Jaap van Yperen (1901-1972). Jaap van IJperen (van Yperen was zijn pseudoniem) schreef voornamelijk sonnetten. Hij was zeeman en arbeider op een scheepswerf. Hij debuteerde in 1945 met de bundel ‘Blauwe lucht’ en pas in 1956 verscheen zijn tweede bundel ‘De Aeolusharp’. In 1968 verscheen ‘Twee vrienden op een havenhoofd’ maar daarvan ben ik niet zeker of het poëzie was en in 1971 verscheen, onder auspiciën van de Culturele Raad van Vlaardingen, ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de dichter ‘Archief 70 gedichten’.  In 2001 verscheen ten slotte postuum nog, in beperkte oplage, in Vlaardingen een bundeltje ‘Heimwee’.

In ‘Vlaardingen vooruit’ is zijn sonnet ‘Gelijk de Phoenix’ opgenomen, een gedicht dat vlak na de oorlog, nog duidelijk de oorlog als onderwerp heeft.

.

Gelijk de Phoenix

.

Ik hoor de lichte golfslag breken tegen

De sterke kademuren waar voorheen

Je vissersvloot zo dikwijls heeft gelegen

Maar ach, dat is al weer zo lang geleên

.

Toen is de oorlog over ons gekomen,

De vijand nam je schepen één voor één.

Zullen wij van ’t verleden blijven dromen

Of onze blik der toekomst richten heen?

.

Nu loop ik langs je lege kaden, zoekend,

Vergeefs misschien, ’t verloren paradijs.

Maar een legende die ik eenmaal las

.

Spookt door mijn hoofd, en in mijzelve vloekend

Den ik; mijn oude Vlaardingen herrijs,

Gelijk de Phoenix uit zijn eigen as.

.